Taalfrustraties; Van BN’er tot broodje bapao
De BN’er. Daar word ik nou gek van. Niet van de BN’ers die tijdens een oorlog van hun vakantie in Dubai een ‘how can I make this about me‘-moment maken. Niet van deelnemers aan Winter vol Liefde, die na één seizoen als heuse BN’ers allerlei samenwerkingen aangaan met willekeurige bedrijven voor gratis spullen. Hoewel, ook. Maar mijn grootste ergernis? Het woord BN’er.
Het klopt gewoon niet. BN’er. Bekende Nederlander’er. Bekender Nederlander. BN. Zo simpel is het. In Vlaanderen noemen ze ‘bekende Vlamingen’ ook BV’s Wie heeft BN’er bedacht?
Broodje krentenbol
Er zijn ook mensen die doodleuk vertellen dat ze vanavond ‘nasi’ eten. En er dan ook nog een groentepakket doorheen gooien!
Nasi betekent ‘rijst’, meer niet.
Wil je die gebakken rijst als je op Bali bent, zul je dus echt ‘nasi goreng’ moeten bestellen.
Hetzelfde voor iemand die een ‘broodje bapao’ in de magnetron gooit. Bapao betekent letterlijk ‘gestoomd broodje’. Je zegt toch ook geen ‘broodje krentenbol’?Tot zover de frustraties van een indo. Voor naan, vaak naanbrood genoemd, geldt overigens hetzelfde.
Mocht je eenmaal naar Bali gaan. Zeg dan alsjeblieft dat je op Bali bent! Als ik hoor dat mensen ‘in Texel’ of ‘in Mallorca’ zeggen, zet ik het liefst demonstratief Op een onbewoond eiland in met woeste handgebaren bij het woord ‘op’.
Plantaardige mensen
Waar het vroeger uit den boze was om te zeggen dat je ‘vegetarisch’ was – een mens bestaat nou eenmaal zelf uit vlees – kan dat nu gewoon. Ik trek nog steeds een scheef gezicht. En alles in mij wil ‘VEGETARIËR!’ schreeuwen.
Fascinerend hoe sommige woorden in onze woordenschat terecht zijn gekomen en gebleven zijn.
Taal blijft zich vernieuwen.
En gelukkig blijft taal – naast alle frustratie – een onuitputtelijke bron van inspiratie en plezier. Met genoeg om ons over te blijven verwonderen.