Open gezichten, bedekte gezichten

Peter Roozendaal 8 mrt 2026

In Tamil Nadu zie je het elke dag: vrouwen die stralen in kleurrijke sari’s en anderen die volledig bedekt over straat gaan. Twee werelden, één straat – en een vraag die blijft knagen.

Elke winter woon ik in Tamil Nadu, in Zuid-India. Het leven speelt zich hier grotendeels op straat af: markten vol geluid, scooters die zich overal tussendoor wringen, verkopers die roepen. En de vrouwen hier blijven mij fascineren. Meestal een donkere huid, mooi opgemaakt, kleurrijke sari’s en bloemen in het haar. Ze hebben vaak iets onbevangens, iets spontaan vrolijks. Gewoon prachtig om naar te kijken.

De sari’s van Tamil Nadu zijn anders dan in veel andere delen van India. Ze zijn fel van kleur, vaak rood, groen of turkoois, met gouden randen die in het zonlicht glanzen. Als je bewonderend naar zo’n sari kijkt, merkt de draagster dat vaak meteen. Als ze voelt dat de bewondering oprecht is, verschijnt er een stralende glimlach. Een kort moment van menselijk contact tussen twee werelden.

Maar Tamil Nadu kent ook een andere werkelijkheid. Je ziet hier ook vrouwen in lange zwarte gewaden met een hijab of soms zelfs een niqab. Waar de sari kleur, gezicht en persoonlijkheid laat zien, doet deze kleding precies het tegenovergestelde: ze verbergt.

Dat contrast intrigeert me.

Je mag mee, maar

Ik vraag me soms af wat er omgaat in die hijabi’s en niqabi’s, wanneer ze de andere vrouwen zo vrij en uitbundig zien lopen. De kleuren, de bloemen, het lachen met vriendinnen op straat.

Tijdens hindoeïstische festivals zie je soms een opvallend tafereel: prachtige jonge vrouwen in kleurrijke sari’s, gearmd met een zwarte niqabi. Dan hoor je als het ware haar vader zeggen: je mag mee, maar wel bedekt zodat de buren haar niet herkennen. Ja, soms kan zelfs een niqab onverwacht nuttig zijn.

Volgens religieuze uitleg is die bedekkende kleding echter bedoeld om vrouwen te beschermen tegen de blikken of verlangens van mannen. Alsof alle mannen zielenpoten zijn die zich niet kunnen beheersen. Ik vermoed dat iemand ooit dacht dat hij namens alle mannen mocht spreken. Hij beledigt daarmee de gezonde man, maar we zullen hem maar niet terug beledigen. In ieder geval sprak hij niet namens mij.

Nu ik dit schrijf komt er een herinnering aan mijn diensttijd in Blerick naar boven. Op een carnavalsavond liep ik met drie andere rekruten over een donkere weg naar Venlo. We kwamen twee meisjes tegen. Een van mijn maten vroeg – half voor de grap – om een zoen. Tot onze verrassing stapte een van de meisjes naar voren, gaf hem een kus op zijn wang en liep giechelend verder.

Vrolijk moment

Wij bleven even verbaasd staan. Mijn maat was natuurlijk de held van de avond. Niemand voelde zich bedreigd. Het was gewoon een vrolijk moment tussen mensen op weg naar een feest.

Misschien daarom blijft het contrast met de bedekkingscultuur me hier raken. Aan de ene kant de kleurrijke openheid van sari’s en bloemen in het haar. Aan de andere kant kleding die juist bedoeld is om zoveel mogelijk te verhullen.

Misschien kijk ik er met Europese ogen naar. Misschien mis ik een deel van de context. Maar iedere zaterdagavond op de boulevard, als de sari’s in de warme avondwind bewegen en de bloemen in het haar zacht geuren, bewonder ik in stilte de creativiteit van degene die dit allemaal bedacht heeft. En dat is voor mij geen kwestie van geloven, maar van zeker weten.

Reacties