Nooit meer was blijkbaar niet genoeg
De vraag is niet óf we het herkennen. De vraag is waarom we doen alsof we het niet herkennen.
We weten wat er gebeurt wanneer haat zich richt op Joden. We hebben het gezien. Niet vaag, niet abstract, maar tot in detail vastgelegd, gedocumenteerd, herdacht. De Tweede Wereldoorlog is geen verre mythe. Het is het diepste litteken van onze recente geschiedenis.
En toch gebeurt het weer.
Niet in een ver land. Niet in een oorlogssituatie waar chaos alles vertroebelt. Maar hier. In steden waar kinderen naar school gaan onder beveiliging. Waar namen opnieuw gefluisterd worden in plaats van uitgesproken. Waar gebouwen bescherming nodig hebben omdat ze Joods zijn.
Hoe kan dat?
Hoe kan een samenleving die zegt geleerd te hebben, opnieuw dezelfde reflexen tonen?
Het antwoord is ongemakkelijk simpel. Omdat de mens niet verandert zoals hij denkt dat hij verandert. Omdat onder druk oude patronen terugkeren. Omdat er altijd een moment komt waarop groepen weer worden teruggebracht tot symbolen, tot karikaturen, tot iets wat ‘anders’ is en dus verdacht.
En antisemitisme is daarin uitzonderlijk hardnekkig.
Het past zich aan. Het verandert van taal, van vorm, van aanleiding. Vandaag verschuilt het zich achter geopolitiek, achter woede over Israël, achter sociale frustratie. Maar kijk naar wat er feitelijk gebeurt. Ruiten van Joodse instellingen die sneuvelen. Namen op gevels die worden beklad. Scholen die extra beveiliging nodig hebben, niet uit voorzorg, maar uit noodzaak. Het zijn geen incidenten in isolatie. Het zijn signalen.
Signalen die we eerder hebben gezien.
Normaliseren
En toch schuiven we ze weg. We noemen het spanningen. We noemen het incidenten. We plaatsen het in context, alsof context de aard ervan verandert. Alsof herhaling minder ernstig wordt wanneer we er een verklaring bij leveren.
Dat is het moment waarop het misgaat.
Niet wanneer het escaleert, maar wanneer het wordt genormaliseerd.
Want dit betekent dat al die herdenkingen, al die woorden, al die beloftes van “nooit meer” niet genoeg zijn geweest. Ze zijn uitgesproken, maar niet gedragen. Ze bestaan in ceremonies, maar verliezen hun kracht op straat, op scholen, in het dagelijks gedrag van mensen die beter zouden moeten weten.
Dat zou ons moeten verontrusten. Meer nog: het zou ons moeten beschamen.
Niet alleen omdat het gebeurt, maar omdat het blijkbaar opnieuw ruimte krijgt. Omdat we zien wat er gebeurt en het toch laten passeren, stap voor stap, op een manier die achteraf altijd duidelijk is en op het moment zelf steeds wordt gebagatelliseerd.
De echte vraag is dus niet waarom antisemitisme terugkomt.
De echte vraag is waarom wij als mensheid opnieuw dezelfde grens laten verschuiven.
En het eerlijke antwoord is misschien het moeilijkste om te accepteren: omdat we het laten gebeuren zolang het ons niet direct raakt.
Dat is geen geschiedenis.
Dat is falen in het heden.