De man met het zwaard die gewoon kon weglopen

Peter Roozendaal 29 mrt 2026

In het zicht van een gewapende eenheid probeert iemand met een zwaard een man te doden. De slag mist zijn doel; een oor wordt afgeslagen. De dader vlucht. En de soldaten? Die grijpen niet in.
Vergelijk dat eens met nu.

In 2024 stond Donald Trump op een podium toen een schutter op hem mikte. De kogel schampte zijn oor. Binnen seconden werd de dader uitgeschakeld. Zo reageert een moderne staat op dodelijk geweld.

Maar er bestaat een oud verhaal waarin die logica ontbreekt. Bij de arrestatie van Jezus van Nazareth grijpt Simon Petrus naar een zwaard en slaat het oor af van een dienaar van de hogepriester (Marcus 14:47). Volgens Johannes is er een Romeinse eenheid aanwezig.

Wat gebeurt er? Niets. De dader wordt niet gearresteerd. Niet achtervolgd. Alle aandacht gaat naar Jezus.

Mantel verkopen

Dat wringt. Want in die tijd trad Rome hard op. Na de dood van Herodes de Grote in het jaar 4 vChr. liet gouverneur Varus, die later met zijn legioenen omkwam ten oosten van Groningen, volgens Flavius Josephus duizenden opstandelingen kruisigen rond Jeruzalem.

Dat was de werkelijkheid. En dan staat daar ineens deze zin, rechtstreeks uit de mond van Jezus van Nazareth: „Wie geen zwaard heeft, moet zijn mantel verkopen en er een kopen.” Geen uitleg. Geen verzachting. Gewoon een opdracht. En even later trekt een van zijn volgelingen inderdaad een zwaard – en haalt uit.

De vraag is simpel: hoe waarschijnlijk is het dat iemand in het bijzijn van soldaten met een zwaard uithaalt – en gewoon kan weglopen? In een wereld waar Rome direct en hard ingreep, loopt een man met een zwaard niet weg. Als hij dat hier wel doet, vertelt dat ons vooral iets over het verhaal – niet over de werkelijkheid.

Reacties