Geert Wilders: tussen empathie en reputatie

Abdelkhalek Laouane 28 mrt 2026

Ik ben niet bijzonder gecharmeerd van Nederlanders. Toch sta ik in zekere mate achter Geert Wilders, al zou ik voor de reputatie van Nederland stiekem niet willen dat hij premier wordt. Die ogenschijnlijke tegenstelling zegt misschien meer over mijn twijfels dan over de man zelf.

Naar mijn gevoel is Wilders in werkelijkheid een eerlijke en betrokken politicus, wiens missie gericht is op vrede en een beter Nederland. Hij lijkt alles te doen voor het land, zelfs ten koste van zijn eigen imago, reputatie en mogelijk zijn persoonlijke veiligheid.

Wat mij vooral raakt, is dat hij al jarenlang onder zware beveiliging moet leven. In zijn eigen land kan hij zich nauwelijks vrij bewegen, alsof hij zelf een dader is in plaats van een politicus. Dat vind ik moeilijk om te zien. Wanneer ik hem hoor spreken, voel ik empathie. Veel van zijn uitspraken lijken voort te komen uit frustratie en juist die emoties zorgen er vaak voor dat zijn reputatie schade oploopt. Politiek is immers niet alleen een strijd om ideeën, maar ook om toon en strategie.

Die frustratie ontstaat volgens mij niet alleen door maatschappelijke spanningen, maar ook doordat hij soms botst met zijn eigen politieke omgeving. Collega’s denken begrijpelijkerwijs vaker na over hun imago en de gevolgen van hun woorden. Dat valt hen niet te verwijten, maar het wekt soms de indruk dat sommigen politiek voordeel behalen zonder werkelijk verantwoordelijkheid te nemen voor gezamenlijke oplossingen. Wat ik vooral mis, is een duidelijke en consistente strategie.

Beter begrijpen

Een onderwerp waarbij zo’n strategie volgens mij noodzakelijk is, is homoseksualiteit en acceptatie binnen de samenleving. Dit zou een belangrijk onderdeel moeten zijn van integratiebeleid. Inburgeringscursussen zouden meer nadruk kunnen leggen op gelijkwaardigheid en respect voor seksuele diversiteit, zodat nieuwkomers beter begrijpen welke waarden in Nederland centraal staan. Tegelijkertijd is het te eenvoudig om dit probleem alleen bij mensen met een migratieachtergrond te leggen. Wie reacties op sociale media leest, ziet dat ook veel autochtone Nederlanders moeite hebben met dit onderwerp. Onbegrip blijkt dus breder aanwezig dan vaak wordt aangenomen.

Daarom vind ik dat Europa sterker moet optreden tegen homofobie. Discriminatie op basis van seksuele geaardheid past niet bij moderne democratische samenlevingen. Ook internationale sportorganisaties dragen hierin verantwoordelijkheid en zouden duidelijker grenzen moeten stellen aan discriminerend gedrag.

Uiteindelijk draait het niet om één politicus of één groep, maar om de vraag welke samenleving we willen zijn: een samenleving waarin vrijheid, respect en wederzijds begrip samen de basis vormen voor een rechtvaardige toekomst.

Reacties