Discussies over de Europese veiligheidsarchitectuur en de positie van Turkije
De veiligheidsorde die na de Koude Oorlog in Europa werd opgebouwd, is niet langer houdbaar. We betreden een periode waarin de bijdrage van de Verenigde Staten aan de Europese veiligheid relatief afneemt, terwijl Rusland opnieuw expliciet als een bedreiging wordt gedefinieerd. Dit maakt een debat over een nieuwe Europese veiligheidsarchitectuur tegen 2026 onvermijdelijk.
In dit debat is de positie van Turkije niet marginaal, maar centraal.
Turkije beschikt over het op één na grootste leger binnen de NAVO en vervult, gelet op zijn geografische ligging, een sleutelrol in een brede veiligheidszone die zich uitstrekt van de Zwarte Zee tot de Oostelijke Middellandse Zee en van de Balkan tot de Kaukasus. Dat Duitsland, België en vooral de Baltische en Oost-Europese landen benadrukken dat Turkije deel moet uitmaken van een nieuwe veiligheidsarchitectuur, is geen toeval. Deze landen benaderen veiligheid niet vanuit ideologisch comfort, maar vanuit geopolitieke realiteit.
Tegelijkertijd zien we dat interne politieke reflexen binnen Europa het strategisch denkvermogen soms overschaduwen. Door bezwaren van Frankrijk, Griekenland en de Republiek Cyprus werd de deelname van Turkije aan defensie-industriële en militaire programma’s die binnen het kader van de Europese Unie worden ontwikkeld, in 2025 geblokkeerd. Daarmee werd veiligheid niet langer uitsluitend als een technische defensiebehoefte benaderd, maar ook als een politiek onderhandelingsdossier.
Weinig rationeel
Een veiligheidsarchitectuur wordt echter niet gebouwd op emotionele reflexen, maar op capaciteitsanalyse.
Gezien de vooruitgang die Turkije de afgelopen jaren in de defensie-industrie heeft geboekt, zijn operationele ervaring in verschillende conflictgebieden en zijn effectiviteit binnen de NAVO, is het strategisch weinig rationeel om een Europese veiligheidsorde zonder Turkije te willen vormgeven. Daarom intensiveert Ankara bilaterale en multilaterale alternatieven wanneer blokkades binnen de EU zich voordoen.
De toenemende defensiesamenwerking met Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië en Polen maakt deel uit van deze strategie. In het bijzonder de afronding van de Eurofighter-overeenkomst in 2025, nadat Duitsland groen licht gaf, was een van de meest opvallende ontwikkelingen. Deze overeenkomst betreft niet louter de aanschaf van een gevechtsvliegtuig, zij symboliseert de feitelijke erkenning van het gewicht van Turkije binnen het Europese veiligheidslandschap.
Afschrikking
De kernvraag is dan ook: zal Europa veiligheid blijven benaderen vanuit een normatieve clublogica, of vanuit macht, projectiecapaciteit en afschrikking?
Voor Turkije is de kwestie helder. Strategische integratie met Europa is geen eenzijdige afhankelijkheid, maar een partnerschap gebaseerd op wederzijds belang. Indien de Europese Unie de deur in het defensiedomein gesloten houdt, zal Turkije via de NAVO en via bilaterale akkoorden zijn koers voortzetten. De recente ontwikkelingen bevestigen dit.
Voor 2026 en daarna ligt het scenario voor de hand: Of Europa verzwakt zijn eigen veiligheidsvermogen door Turkije uit te sluiten, of het bouwt, mét Turkije, aan een realistischer en veerkrachtiger architectuur.
Niet geopolitische romantiek, maar strategisch verstand zal doorslaggevend zijn.