Bestaanszekerheid vraagt politieke keuzes
De gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart gaan in belangrijke mate over één fundamentele vraag: wie betaalt de prijs van de bezuinigingen? Beschermen gemeenten hun inwoners tegen groeiende bestaansonzekerheid, of voeren zij simpelweg de bezuinigingen van het Rijk uit?
De komende jaren krijgen gemeenten aanzienlijk minder geld van het Rijk. Dat lijkt een technische begrotingskwestie, maar de gevolgen zijn allesbehalve abstract. Als gemeenten die tekorten opvangen door te snijden in het sociale domein, zullen juist de inwoners die het al moeilijk hebben de gevolgen voelen.
Bestaansonzekerheid groeit
Armoedebestrijding, schuldhulpverlening, ondersteuning voor kwetsbare inwoners en voorzieningen in de wijk staan dan onder druk. Dat terwijl steeds meer huishoudens moeite hebben om rond te komen, ook wanneer zij werken. Gemeenten zien dagelijks wat financiële stress met mensen doet: schulden stapelen zich op, problemen verergeren en het vertrouwen in de overheid neemt verder af.
Juist daarom is een actief en toegankelijk armoedebeleid geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een rechtvaardige samenleving. Toegankelijke regelingen, snelle schuldhulp en een overheid die uitgaat van vertrouwen in plaats van wantrouwen kunnen voor veel mensen het verschil maken.
Goed werk en betaalbaar wonen
Ook op de arbeidsmarkt en woningmarkt hebben gemeenten invloed. Publiek geld zou niet moeten bijdragen aan onzeker en slecht betaald werk, maar aan banen met perspectief en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. En zolang betaalbare woningen schaars blijven, groeit de druk op huishoudens alleen maar verder.
De verkiezingen van 18 maart gaan niet over details. De uitslag dwingt gemeenten tot een belangrijke keuze: volgen zij de logica van bezuinigingen, of kiezen zij voor een sociale koers waarbij bestaanszekerheid centraal staat?
Gelukkig zijn er politieke partijen die vinden dat gemeenten juist nu moeten investeren in betaalbaar wonen, sterke voorzieningen en een menswaardig sociaal beleid. Op 18 maart bepaalt de kiezer welke richting de gemeente werkelijk kiest.