Een grenspaal en een stuk asfalt

Rik de Lavaletta 6 mrt 2026

In juni 2024 werd een Nederlandse activist veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf, waarvan een maand voorwaardelijk, omdat hij via sociale media burgers had opgeroepen om zelf grenscontroles uit te voeren. Die oproep bleef niet theoretisch. Mensen verschenen daadwerkelijk bij de grens om voertuigen te controleren. De rechter kwalificeerde dit als opruiing in de zin van artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht en als aanzetten tot eigenrichting. In de motivering woog mee dat werd aangezet tot het uitoefenen van exclusieve overheidstaken en dat dit de rechtsorde direct raakte. Een vrijheidsstraf werd passend geacht vanwege de ernst van die aantasting.

In dezelfde periode riepen klimaatactivisten herhaaldelijk en publiekelijk op om de A12 te blokkeren. Dat gebeurde maandenlang. Demonstranten lijmden zich vast aan het asfalt. Het verkeer werd stilgelegd, forenzen stonden vast en hulpdiensten moesten omrijden. Honderden aanhoudingen volgden. Een oproep om een snelweg te versperren kan juridisch eveneens onder artikel 131 Wetboek van Strafrecht vallen, omdat publiekelijk wordt aangezet tot een strafbaar feit. Het opzettelijk versperren van een openbare weg kan bovendien een misdrijf opleveren wanneer daardoor concreet gevaar voor het verkeer ontstaat. Toch volgden in de meeste gevallen geen onvoorwaardelijke celstraffen. Vaak bleef het bij aanhouding, een boete of een taakstraf.

De kern van het verschil

Hier ontstaat de spanning. Twee structurele oproepen tot strafbare feiten. Twee georganiseerde uitvoeringen. Twee situaties waarin derden aantoonbaar worden geraakt. En toch een duidelijk verschil in strafrechtelijke uitkomst.

De rechtspraak legt het onderscheid bij het geschonden rechtsgoed. Het overnemen van staatsbevoegdheden wordt als fundamenteler gezien dan het blokkeren van verkeer in het kader van demonstratie. Het demonstratierecht werkt in de proportionaliteitstoets verzachtend. Aantasting van het staatsgezag werkt verzwarend.

Maar proportionaliteit is geen automatisme. In het strafrecht geldt herhaling normaal gesproken als strafverzwarend. Structureel en georganiseerd aanzetten tot wetsovertreding wordt doorgaans zwaarder gewogen dan een incidenteel feit. In beide dossiers is sprake van publieke oproepen, daadwerkelijke uitvoering en herhaling over langere tijd.

Het verschil zit dus niet in de aanwezigheid van opzet of organisatie, maar in de hiërarchie van rechtsgoederen. De huidige rechtsorde plaatst institutionele aantasting boven feitelijke ontwrichting van verkeer en openbare orde. Dat is een keuze.

De vraag is of die keuze nog in verhouding staat tot de overlap in gedrag en impact. Niet omdat alles gelijk moet worden behandeld, maar omdat strafrechtelijke verschillen overtuigend moeten kunnen worden verdedigd.

Recht hoeft niet identiek te zijn. Het moet wel evenwichtig blijven.

Reacties