Het stadion waar mijn moeder op mij wachtte
Ik droomde dat ik naar het hiernamaals ging, niet naar een hemel, maar naar een groot en stil stadion. Oneindig groot, zonder publiek, zonder geluid.
Mijn moeder was er al, alleen, rustig, alsof we een afspraak hadden zonder woorden. Ze keek me aan en knikte, meer was er niet nodig.
Vorig jaar is ze overleden, oud en zacht, in slaap gebracht tot de dood haar kwam halen.
Vaak vroeg ik me af waar ze nu was, maar in die droom wist ik het ineens, zonder uitleg.
We waren daar gewoon, zonder tijd, zonder vragen.
Alles wat ze ooit had willen zeggen, zat in haar rust.
Toen ik wakker werd om de paarden te verzorgen, voelde ik me anders, lichter vanbinnen.
Alsof iets wat lang scheef stond, was rechtgezet.
Sindsdien draag ik dat stadion bij me.
En elke keer dat ik denk dat ik haar kwijt ben, weet ik: sommige ontmoetingen raak je nooit meer kwijt.