Narcis met een T
Hij kon uren door zijn ramen turen. In de verte kon hij zien dat de ‘borders’ van zijn land langzaam groen kleuren.
Het zou niet meer lang duren voordat de kou uit de lucht is verdwenen en de aarde haar witte koude jas zou inruilen voor een warme groene deken. „Als de vogels terugkeren van hun zomervakantie en de lente komt aangewaaid, dan zullen de narcissen opkomen en gaan bloeien”, had de bloemist geantwoord op zijn vraag wanneer het de beste tijd is om te oogsten.
In het najaar had hij de bollen geplant. Trompetnarcissen! Zijn favoriete bloem. En elke zondagmiddag kwam de familie bijeen voor de traditionele Sunday Roast. In de middag speelden hij samen met zijn Opa hartenjagen tegen zijn oudere zus en grotere broer. En als hij geen troeven meer had om op tafel te leggen, at hij zijn kaarten op, stampte als een olifant in een porseleinkast door de kamer en werd de lucht gevuld met schel trompetgeschal.
De trap afstuiven
Hij ging dan naar zijn kamer waar hij uren kon zitten. Hij kwam pas aan tafel als het eten was geserveerd. Als de geur van geroosterd vlees zijn kamer binnendrong, stoof hij de trap af en liet zich zakken in dezelfde stoel, die hij eerder die middag verlaten had.
Soms kwam hij met groene vingers aan tafel. Het gras is altijd groener bij de buren, zal hij hebben gedacht toen hij naar de wereldkaart op zijn bureaublad keek. Het is de hoogste tijd om mijn bureaublad te ordenen. Hij pakte zijn viltstiften en kleurde de grote witte vlek groen. Niet echt netjes binnen de lijnen, maar meer gekras buiten de lijnen.
Hij hield van groen.
„His story is repeating“, siste zijn vader hem toe als hij weer aan tafel zat. „Je hebt het niet van een vreemde. Het zit in je genen. Je opa deed ook grensverleggend werk en hield van grensoverschrijdend gedrag. Hij sloeg palen in de grond en bouwde torens, greep vrouwen bij hun ‘pussy‘ en hield van Malle Babbes.” Zijn moeder aaide hem dan liefkozend over zijn nat geworden bolletje en kneep hem zachtjes in een van zijn roodgloeiende wangetjes.
Hoogstens een maand nog, dan zouden de borders van zijn land groen kleuren. Pas dan kon hij genieten van de geuren en kleuren van de trompetnarcissen en misschien ook wel van hemels trompetgeschal. „En weet je hoe ze iemand noemen die van narcissen houdt?”, had de bloemist hem nog nageroepen. Een narcist.