Februari en het vooruitkijken
Februari is geen maand die zich opdringt. Hij vraagt geen aandacht, hij eist niets. Hij is er gewoon.
Kaal soms, grijs ook, maar eerlijk. De bomen wachten nog, de grond houdt zich stil. En wijden dat eigenlijk ook een beetje. Ik kan genieten van februari, juist omdat hij niets belooft. Omdat hij geen haast heeft. De dagen worden langzaam lichter, bijna ongemerkt. Je merkt het pas als je ’s middags naar buiten kijkt en denkt: huh, het is nog licht. Dat soort kleine verrassingen. Geen grootsheid, geen spektakel.
Opener
En ondertussen is maart al in aantocht. Niet als verwachting, maar als voorgevoel. Je ziet het in de agenda’s die zich weer iets opener tonen. In mensen die praten over plannen zonder ze vast te leggen. In de gedachte dat de jas straks misschien een keer open kan. Dat is het mooie van wonen in ons klimaat, het leven komt in lagen. We hoeven niets vast te houden, want alles beweegt vanzelf door. De seizoenen duwen elkaar niet weg, ze maken plaats. Winter wordt geen lente, maar laat haar toe.
Ik geniet van dat vooruitkijken zonder verlangen. Van weten dat er iets komt, zonder dat het vandaag anders hoeft te zijn. Dat februari mag zijn wat hij is en maart nog even mag wachten.
Misschien is dat wel genieten van het leven, niet het moment willen vastzetten, maar het vertrouwen dat er altijd iets onderweg is. Dat na stilstand beweging volgt. En dat we, zonder het te forceren, vanzelf weer richting licht gaan.