Dood, maar dan met of zonder arrangement
Doodgaan is tegenwoordig geen feit meer, maar een keuzeformulier. Met vinkjes. Veel vinkjes.
Wilt u stil dood, halfstil dood of dood met koffie en cake? En zo ja: filterkoffie of luxe bonen? Want dat scheelt al gauw 300 euro op het moment suprême.
Waar het leven ooit onbetaalbaar werd genoemd, is de dood dat inmiddels letterlijk. We zijn erin geslaagd om zelfs het laatste hoofdstuk van ons bestaan te reduceren tot een consumptieartikel. Een product. Een markt. Met prijsverschillen waar de energierekening nog een puntje aan kan zuigen.
In Groningen kost een stille crematie gemiddeld 897 euro. Maar rijd je een half uurtje de verkeerde kant op, dan betaal je plots ruim 1000 euro voor exact hetzelfde: een lichaam, een oven en een eindtijd. Geen aula, geen muziek, geen nabestaanden. Gewoon: ping – as.
Slim sterven
Het is geruststellend om te weten dat je dood goedkoper kan zijn in Stadskanaal dan in Appingedam. Mocht je daar bij leven al weinig invloed op hebben gehad, dan krijg je hem postuum alsnog.
De branche zegt het niet hardop, maar de boodschap is helder: wie slim sterft, vergelijkt.
En ja, natuurlijk: ‘de een zijn dood is de ander zijn brood’. Dat gezegde krijgt ineens een akelig letterlijke lading wanneer je beseft dat ergens iemand een spreadsheet opent en denkt: ‘Hm, deze week iets meer stille crematies, prijs kan omhoog.’
Het wrange is niet dat er geld verdiend wordt aan de dood. Dat gebeurde eeuwen geleden ook al. Het wrange is dat we het normaal zijn gaan vinden. Dat we accepteren dat dezelfde handeling – technisch, zakelijk, ontdaan van emotie – bij de één drie keer zo duur is als bij de ander. Alsof de oven in Winschoten minder heet stookt uit solidariteit.
Zwarte grap
En dan klinkt er een stem die zegt: „Dit vraagt om overheidsingrijpen.”
Alsof we straks een maximumprijs krijgen voor cremeren, een Nibud-advies voor sterven, of een toeslag voor mensen die te arm zijn om waardig dood te gaan.
Misschien is dat wel de meest zwarte grap van allemaal: dat we in een samenleving leven waarin je alles kunt verzekeren – behalve de zekerheid dat je dood niet wordt uitgespeeld als verdienmodel.
Maar ach.
Uiteindelijk maakt het niets uit.
U klaagt niet meer.
U vergelijkt niet meer.
U tekent gewoon stil af.
En ergens anders ruikt het naar vers brood.