De heer Vreeswijk – vrijheidsbelasting
Als de display bij het tramhokje, dat tegenwoordig abri heet, voor de derde keer binnen tien minuten aangeeft dat zijn tram over drie minuten komt, besluit de heer Vreeswijk de benenwagen te nemen.
Scheelt hem ook weer een ritje, alhoewel hij niet weet hoeveel: je doet je bankpas, met alle risico op ontvreemding van dien, voor weer een ander display en na de blieb weet je niet hoeveel geld je kwijt bent. Wie weet een zitplaats rijker.
Vader kreeg toen hij van Drees ging trekken, zoals het hoort op 65-jarige leeftijd, een roodbruine kaart met een zwart-wit foto erop; uiteraard droeg hij een stropdas. Daarmee kon hij als iedere AOW’er, ongeacht inkomen, voor een gereduceerd tarief met tram en bus mee. Hijzelf heeft daar nu geen recht op omdat hij een pensioentje heeft. Waar hij hard voor gewerkt én gespaard heeft. Zijn pensioenfonds maakt daar maar een potje van.
De vooruitzichten voor jongeren zijn niet best: doorwerken tot 70 jaar met een arbeidsethos van hooguit drie dagen in de week werken zonder solidariteitsbeginsel; het zal niet meevallen.
Maar waar is de levensverwachting op gebaseerd, als je die walgelijke spotjes van de overheid ziet waarbij één op de twee de gevreesde ziekte krijgt die de heer Vreeswijk vreest, om maar niet te spreken van andere ziektes met een onheilspellend vooruitzicht?
De zorg wordt onbetaalbaar, dus gaat het eigenrisico omhoog. Geruststellend is dat Robjepopje beweert dat het per keer gelimiteerd is tot 185 euro: „Anders ben je gelijk door je eigen risico heen.” Zo kun je een drol ook nog lekker maken, alsof het inkomsten zijn. Maar ‘een eigen risico’ voor Trump bij de NAVO-bijdrage omdat Trump zelf voor dreiging zorgt, durft de regering niet aan.
De heer Vreeswijk kijkt nog even naar de abri. Reclame voor vlees mag niet meer, maar wel voor winstgevende loterijen. Ach, het leven is je lot.
Over de helft van de afstand doet hij twee keer zolang. Af en toe staat hij stil bij een etalage – wie voor hem zorgt als hij zorg nodig heeft? Bij het warenhuis of liever gezegd wat grotere winkel, gaat hij naar binnen. ‘Soms mis je je ex’, leest hij. Hij mist vader, hij mist moeder, maar een ex kun je niet hebben als je altijd vrijgezel bent geweest. Over inclusiviteit gesproken. Maar vooral een vreemde associatie met het oude recept van… een rookworst.
Er staat een lange rij. Eerst maar even ondergoed aanschaffen. In dezelfde winkel als vroeger met moeder, op woensdagmiddag. Moeder hield dan een directoire voor om de maat te schatten. Dat ze die droeg, heeft hij nooit gezien. Wel aan de waslijn, naast de ooit witte grote onderbroeken met gulp van vader. Op vrijdagavond lag er een schone klaar.
De wellende worsten wakkeren zijn geurinneringen te veel aan. Hij heeft geen honger meer. Of trek, zoals moeder dat zei, omdat ze in de oorlog honger hadden. Maar een moeder mag een kind daar niet mee belasten, en een regering geen vrijheidsbelasting heffen.