Op goed geluk
Turend naar buiten waar de sneeuwvlokken neerdwarrelen en het straatbeeld langzaam verandert in een Anton Pieck-achtig plaatje, open ik mijn beeldscherm voor me. De datingsite.
Na herhaaldelijk en redelijk opdringerig advies van mijn vriendinnen, is het nu toch echt de hoogste tijd voor mij als single na twee lange relaties. Om me te gaan storten op deze manier van daten en af te zien van mijn ‘onrealistische’ en ‘geromantiseerde’ gedachte dat de liefde je overkomt op een spontane en natuurlijke manier. Aangezien we niet meer elke week in de lampen hangen in de kroeg, is die kans toch echt nihil – volgens hun – en in de supermarkt ga je hem ook vooral niet tegenkomen.
Ik vul waarheidsgetrouw mijn gegevens in op een profiel en wordt doorgesluisd naar de categorie mannen tussen de 50 en 60 jaar. Voor mij ontpopt zich een reeks heren die zich voorstellen, waarvan ik de helft toch zeker qua uiterlijk eerder op een groepsfoto van een uitje van het bejaardentehuis zou verwachten. Confronterende realiteitscheck 2.0.
In het zweet werken
De lijst opent zich met een foto van een nors uitziende man met grijs haar, pokdalig gezicht, nonchalant hangend aan de gewichten in de sportschool, wat moet doen lijken alsof het hem geen centje pijn doet. Compleet gemaakt met de dubbelzinnige vraag wanneer we ons samen in het zweet gaan werken. Vervolgens een kale man met ontelbare vetrollen over een afhangende, vunzig strak uitziende spijkerbroek, met de duim ophoog voor de inrit van een fastfood take out. En een man met een paar sprieten haar wanhopig over zijn gehoofd gekamd om het nog wat te laten lijken, die zich denkt atletisch te hebben laten fotograferen terwijl hij stuntelig van een berg aan het skiën is. Begeleid met tekst of ik met hem voortaan samen door het leven wil glijden. En dan met een korte ei.
Met een diepe zucht klap ik de computer dicht. Ik ben wel weer genezen van mijn gevraagde nieuwsgierigheid. Mijn twee honden kijken me bij de voordeur afwachtend aan met de ongelezen en hoopvolle vraag in hondentaal of we aan de wandel gaan. Ik richt me op en maak me klaar voor een lange wandeling in het bos. Wie weet overkomt mij daar spontaan een ontmoeting met de nieuwe liefde. En tot die tijd tel ik mijn zegeningen en ben dankbaar voor waar ik wel mee omringd ben in mijn leven. Op goed geluk dan maar.