Carnaval

Arnold Bergmans 18 feb 2026

Carnaval in Tilburg heet geen carnaval. Daar word je voor even een Kruikenzeiker. 35 Jaar geleden, ergens rond 1990, waren wij midden 30 en overtuigd dat het leven zich vooral ’s nachts afspeelde.

We trokken de stad in, gehuld in boerenkielen die al bier hadden geroken voordat wij ze aantrokken. Op de Heuvel was het één grote polonaise van onbekenden die je zonder aarzeling omhelsden. We zongen te hard, lachten te veel en dachten geen seconde aan morgen. Iemand klom op een podium dat daar waarschijnlijk niet voor bedoeld was. Iemand anders verklaarde de liefde aan een meisje dat hij nooit meer zou zien. Het was rommelig, luid en volstrekt onschuldig.

Wat ik me vooral herinner, is het gevoel van grenzeloosheid. Alsof vriendschap nooit zou verschuiven, alsof ouders niet ouder werden en wij niet verantwoordelijker hoefden te zijn dan het moment vroeg.

En nu, 2026.

Trager drinken

De stad is nog steeds Kruikenstad, maar wij zijn veranderd. We spreken eerder af, drinken trager en hebben het over hypotheken en knieën die niet meer vanzelf herstellen. Sommigen komen maar één middag, „want morgen weer vroeg op”. We lachen erom, maar we menen het ook.

Toch, wanneer de muziek aanzwelt en iemand de eerste stap van de polonaise inzet, gebeurt het weer. Even zijn er geen agenda’s en verplichtingen. Even zijn we weer die jongens van toen.

Carnaval in Tilburg leert me dit: het feest verandert, de stad verandert, wij veranderen, maar echte vriendschap vindt altijd een reden om terug te keren naar de Heuvel.

Reacties