Brussel aan de keukentafel
Er is een hardnekkig misverstand in Den Haag dat Europa ergens ver weg is. Iets met vlaggen, gangen met tapijt en mensen die zinnen beginnen met ‘in het licht van’.
Ondertussen staat in Nederland de wasmachine te stuiteren, de huur omhoog te kruipen en de wachttijd bij de huisarts op ‘we bellen u terug’. Maar geen zorgen: in Brussel wordt er alvast over nagedacht.
Het komend kabinet lijkt een soort frequent flyer te worden. Altijd onderweg, altijd met het idee dat grote problemen alleen groot genoeg zijn als ze minstens drie landsgrenzen overschrijden. Klimaat? Europees. Migratie? Europees. Defensie? Europees. Wonen? Tja, dat is ingewikkeld – laten we daar eerst even een Europese werkgroep voor oprichten.
Haagse reflex
Begrijp me niet verkeerd: Europa is belangrijk. Echt. Zonder Europa hadden we minder handel, minder veiligheid en waarschijnlijk ook minder excuses. Maar er zit iets wonderlijks in de Haagse reflex om elk Nederlands probleem eerst langs Brussel te sturen, alsof het pas bestaansrecht krijgt na een stempel in vijf talen.
Neem de woningnood. Jongeren wonen langer thuis dan hun kamerplanten overleven. Starters bieden tegen elkaar op met bedragen waar zelfs de bank even van moet slikken. Maar het kabinet praat liever over ‘Europese kaders’ dan over een sleutel. Een echte. Met een deur eraan.
Of de zorg. Vergrijzing, personeelstekorten, wachtlijsten die inmiddels zelf op de wachtlijst staan. Toch klinkt vanuit Den Haag vooral de echo van Europese begrotingsregels. Alsof de verpleegkundige ’s nachts denkt: gelukkig, mijn rooster is krap, maar de EMU-norm staat.
En dan migratie. Een dossier waar iedereen het over eens is – behalve over wat ermee moet gebeuren. De ene helft roept dat Nederland het zelf moet regelen, de andere helft dat het alleen Europees kan. Ondertussen zitten gemeenten met de opvang en burgers met de vragen. Het kabinet zit in de trein naar Brussel en roept: „We komen eraan, we moeten nog even overstappen.”
Nabijheid
Het probleem is niet dat het kabinet naar Europa kijkt. Het probleem is dat het vergeet terug te kijken. Naar de straat. De supermarkt. De huurapp. Naar dat gesprek aan de keukentafel waar Europa zelden ter sprake komt, maar de energierekening altijd.
Politiek draait uiteindelijk niet om vergezichten, maar om nabijheid. Om laten zien dat je snapt waarom iemand boos is over de afvalstoffenheffing, niet omdat die Europees is – maar omdat hij gewoon hoger is. Dat vertrouwen bouw je niet met een top, maar met een oplossing.
Misschien moet het kabinet eens beginnen met een simpele oefening: eerst Nederland, dan Europa. Niet omdat Europa onbelangrijk is, maar omdat een huis dat lekt eerst een dak nodig heeft voordat je het over de buren hebt.
En als dat lukt, mag Brussel gerust weer aanschuiven. Maar dan wel aan een keukentafel die weer een beetje stevig staat.