Hedendaagse Kröller-Müller kinderen
Ik loop door de beeldentuin van het Kröller-Müller museum. Een museum waar ik al tijden graag heen wil. Voor het eerst ben ik een paar dagen met mezelf op vakantie. Soms vergeet ik hoeveel waarde ik kan hechten aan stilte. Of niet eens per se stilte, maar de mogelijkheid om twee dagen even geen rekening te hoeven houden met anderen.
In de beeldentuin is het niet zo erg druk, al ben ik zo gewend om alleen te zijn nu dat die paar me al ongemakkelijk maken. Ik heb mezelf ook al 10 uur niet horen praten, dus misschien maar goed dat ik even iets heb moeten zeggen tegen de man achter de ticketbalie.
Er loopt een grote groep door de tuin. Het gezelschap bestaat uit twee mensen op leeftijd, vier veertigers en een handjevol kinderen. Twee kinderen, van rond de 10 lopen vooruit door de tuin. Roepend, niet schreeuwend, maar wel hard genoeg dat iedereen ze hoort. Ze zijn op pad met hun familie. Ik hoor een van de kinderen roepen ‘’Opa Opa, we moeten hierheen!’’. Via hun telefoon zijn ze een route door de tuin aan het bepalen op basis van de beelden die er staan. Hollend en roepend over het terrein. Ik zie de kinderen vaak niet eens, ik hoor ze alleen.
Het voelt een beetje alsof ik in een film zit en terug in de tijd ga. Alsof het Helena Kröller-Müller haar kinderen zijn die door de tuin rondlopen en onder de indruk zijn van alle kunst die hun ouders hebben aangekocht. Ik weet het; ze waren destijds allang volwassen & Helena had op dat moment helemaal geen goede band meer met hen. Maar toch voelt het alsof ik de nieuwsgierigheid naar kunst die bij haar dochter aanwezig was, terug hoor in de nieuwsgierigheid van deze kinderen.
Normaal zou ik best geïrriteerd raken door kinderen. Zelf was ik een nogal druk kind, rende op alles af zonder na te denken en stelde duizenden vragen. Ik zou mezelf hopeloos irritant hebben gevonden. Maar mijn irritatie maakt plaats voor een teder gevoel. Ze leiden hun ouders de weg. Door middel van de nieuwe informatie die ze hebben ontdekt over de beelden. Ze zijn onderzoekend en nieuwsgierig. Onbevangen en geïnteresseerd. Het beeld dat ik van kinderen heb is heel anders. Misschien heeft dat te maken met de zogenaamde verantwoordelijkheid die ik deze dagen probeer te ontwijken door in mijn eentje in een hutje te gaan zitten, maar goed.
De kinderen zullen hun ouders wel even door de beeldentuin heen slepen. Onwetend dat hun ouders daar al jaren komen. Neemt niet weg dat ze hun nieuwe inzichten en perspectieven kunnen aanleren. Kunst is immers bedoeld om ook je eigen fantasie de loop te laten. Ze zien het anders dan hun ouders, die het misschien ook wel anders zien dan opa en oma. Het woord ‘beeld’ is niet voor niets in de verbeelding verworven.
Hoe irritant ik het ook vind dat deze kinderen dicht bij mij in de buurt komen, beeld ik me in dat die ruimte voor nieuwsgierigheid precies is wat ik zou willen voor mijn kinderen. De ruimte om te hollen door het bos, een beeld een andere betekenis te geven, wijze woorden te zeggen op je 10e. Dus kinderen laat die 28-jarige vrouw, die alleen door die tuin loopt, het maar irritant vinden. Want die loopt er alleen omdat ze als kind net zo nieuwsgierig was als jullie.