Daten in 2026
Terwijl ik dit typ, 28 en na een langdurige relatie met degene met wie ik dacht mijn genen te verspreiden weer op de markt, vraag ik me af of daten altijd zo zal zijn.
Het feit dat mannen primair aan zichzelf denken en vrouwen aan de ander. Dat vrouwen inschikken, aanpassen, vormen, en soms zelfs smeken om krampachtig te kunnen vasthouden. Terwijl mannen er weinig moeite mee hebben om een goede relatie op te geven, om “op zichzelf te kunnen focussen.”
Langzaam dijen zij uit en worden zij kaler, gerustend in het oneerlijke vertrouwen dat er altijd wel een ander zal komen. Een lieve, zorgzame, partner, vaak enkele jaren jonger dan hij, die er op 34-, 48- en 54-jarige leeftijd zal zijn om zijn tranen te deppen, toegang te geven tot haar lichaam, en wellicht zelfs een kind te baren. Dat alles in ruil voor de bijzondere bevestiging, ons bestaansrecht, dat we volgens de patriachale maatschappij alleen bij mannen kunnen vinden.
In een contemporaire roman las ik de zin, dat het positieve of negatieve relationele lot met een man veelal afhangt van het type vrouw. Veelal gaat het namelijk om dezelfde mannen, die sommige vrouwen zien als enkel leuk om een keer de nacht mee door te brengen en anderen zien als een partner met wie wordt gesetteld.
Maar hierin mis ik de grote 3e categorie. De grote groep uitgesproken, mysterieuze en spannende vrouwen, die de juiste grapjes maken, een edge hebben en de man in zijn vorm van bravoure matchen. Bloedmooi, op hun eigen manier, zijn ze voor de rokkenjagers de motivatie om rustiger te worden. Hij vertelt ze ‘dat hij het met haar wel wil proberen’. Enerverende en unieke vrouwen, die ze willen toe-eigenen, bezitten en waarmee zij in een huisje vadertje en moedertje denken te willen spelen.
Uiteindelijk is deze vrouw echter niet het eindpunt, maar een uitdagend intermezzo, met te veel mening en te veel pit, dat hem onzeker maakt. Uiteindelijk landt hij definitief bij een meer passieve, luchtige vrouw, vaak lijkend op zijn moeder. Een die niet verwacht dat de sokken in de wasmand eindigen, de prullenbak ongevraagd wordt geleegd en seks plaatsvindt ondanks de witte onderbroek vol gaten en poepstrepen.
Gelukkig zijn er ook heterovrouwen die deze pijnlijke dans volledig ontspringen. Zij missen simpelweg het partnergerichte gen en zijn echt gefocust op hun carrière en hun eigen leven en beschouwen mannen, trouwen en kinderen als een oprechte afterthought. Mijn beste vriendin behoort tot deze groep. Als een soort bijzondere subgroep zijn deze vrouwen in zekere zin al hun eigen man. Hun lot eindigt dan ook dikwijls alleen, maar volledig tevreden niet gekozen, of samen met een van de weinig fatsoenlijke mannen, die hun oprecht respecteren en een vrouw zien als een mens met een mening in plaats van een hormonaal aantrekkelijke vleeszak.
Ook kiezen steeds meer biseksuele vrouwen bewust voor een relatie met een vrouw. Een soort stilzwijgend protest. Het emotioneel drainerende pad van het “schaken van een man” is zo onzeker en onaantrekkelijk geworden, dat het veiliger voelt om te settelen met een vrouw. Daadwerkelijk wat op te bouwen. Niet 25 jaar in een relatie je nog zorgen te hoeven maken over het inhouden van je buik, de subtiele eeltknobbels rondom je teennagels of de gebleekte striae op je billen. Omdat er meer is dan enkel een kwetsbare uiterlijke band. Een eureka, bestaande uit een treurige combinatie van cynisme en vrijheid.
Ik zucht, voel me moe nadat ik dit schrijf. De belofte, dat er een prins wacht, waarmee ik sinds jong ben opgevoed, is uitgespoeld en heeft zijn glans verloren. Misschien ben ik nu meer wakker, maar met welk doel? Want als gekozen worden bestaat uit een soort eeuwigdurende dans op de grens van het net niet aanraakbare, echte intimiteit bewust ontwijkend om maar interessant te kunnen blijven, waar doe je het dan nog voor?