Was vroeger alles beter?
Ik betrap mezelf er steeds vaker op. Een golf van zoete melancholie. Een plotselinge weemoed… Een diep verlangen naar vroeger. Niet uit romantiek, niet omdat ik het verleden mooier wil maken, maar omdat ik weet hoe het voelde.
Mijn kinderen zijn volwassen nu. Dat besef alleen al legt iets bloot. Wat ooit draaide om zorgen, plannen, beschermen en vasthouden, is verschoven naar loslaten. Het huis ademt een andere sfeer. En daarin komt het verleden steeds nadrukkelijker naar voren.
Gisteren stond ik in de supermarkt met een pak koekjes in mijn hand. Dezelfde koekjes als mijn oma vroeger bij de koffie had. Een simpel pak koekjes, maar geladen met herinneringen. Eén hap en ik was terug. In de keuken van mijn oma. De geur van koffie. Het lepeltje tegen het kopje. Alsof het koekje me terug kon brengen naar toen.
Het was er gewoon
Elke zondagochtend gingen we naar mijn opa en oma. Mijn oom en tante, nichtje en neef waren daar ook. Altijd, elke zondag. Het was geen afspraak, geen organisatie, geen agenda. Het was er gewoon. Tegenwoordig heeft iedereen een eigen leven. Druk. Vol. Versnipperd. We moeten plannen om elkaar te zien en zelfs dan lukt het vaak niet. Ik mis het… zou het zo graag ook zo zien.
En dan de caravan. Op de camping. Het leek wel of iedereen vroeger een plekje op de camping had. Elk weekend daarheen. Hutten bouwen en de hele dag buiten zijn met vrienden en vriendinnen. Onder de bagger thuis komen. Zwemmen in de regen. Ik denk daar nog steeds aan terug als de mooiste tijd uit mijn leven. Niet omdat het groots was, maar omdat het klopte. Omdat de wereld klein genoeg voelde om te begrijpen en gelukkig te zijn.
En hoe harder ik probeer dat gevoel nu opnieuw te creëren, hoe duidelijker het wordt: het lukt niet.
Pijnlijke gedachte
Ik eet dezelfde koekjes. Ik zoek dezelfde rituelen. Ik probeer momenten te maken, samen te zijn, vast te houden wat ooit vanzelf ging. Maar het gevoel laat zich niet afdwingen. Het glipt steeds weg. Alsof ik iets probeer te vangen wat alleen bestond omdat het niet vastgehouden hoefde te worden.
En dan komt die pijnlijke gedachte: het leven ís ook echt minder geworden. Niet voor iedereen zichtbaar. Niet in comfort of mogelijkheden. Maar in veiligheid. In rust. In verbondenheid.
Dat is misschien wel het grootste gemis voor de huidige generatie. Zij weten niet beter. Zij groeien op in een wereld die altijd aanstaat. Waar onrust normaal is. Waar veiligheid iets is dat uitgelegd moet worden.
Maar wij weten anders. Wij weten hoe het voelde toen veiligheid vanzelfsprekend was. Toen de wereld nog niet zo bedreigend was en vriendschappen bleven.
En dat het nooit meer terugkomt, niet zoals toen, maakt het gemis zo rauw.
Het voelt of ik naar mijn kinderen toe gefaald heb omdat ik ze niet heb kunnen geven wat ik heb gehad. Maar ik heb niet gefaald.
Ik heb iets gekend. En dat is misschien tegelijk het mooiste én het pijnlijkste wat er is.