De ver-Engelsing van de maatschappij

Kees Schilder 16 jan 2026

Ik loop een café-restaurant binnen voor een kop koffie. Gewoon koffie. Geen beleving, geen verhaal, geen barista met een levensmissie. Koffie.

Er komt een ober aanlopen. Jong. Baardje. Schort. Sneakers die meer hebben gekost dan mijn winterjas. Ik kijk hem aan en zeg de woorden die hier al een paar eeuwen probleemloos functioneren: „Koffie alstublieft.”

De jongen schudt zijn hoofd.
I dont’ speak Dutch“, zegt hij, met de ernstige blik van iemand die zojuist een diplomatiek incident heeft opgelost.

Ik vind het allemaal prima, begrijp mij goed. Maar toch. Ik sta daar ineens als buitenlander in mijn eigen stad. Alsof ik per ongeluk Slovenië ben binnengelopen. Alles om me heen is Nederlands: de muur, de vloer, de brandblusser, de man aan de bar met een biertje. Alleen de taal is geïmporteerd.

Inclusiviteit en beleving

Het is een bekend verschijnsel. In restaurants, op terrassen, bij de bakker, in koffietentjes: Nederlands is iets geworden wat je thuis doet. In het openbaar schakelen we over op Engels. Voor de inclusiviteit. Voor de beleving. Voor Sven en Luca, werkstudenten die hier drie maanden zijn en daarna weer verdwijnen richting Bali om zichzelf te vinden.

Een handvol jongeren met een tussenjaar bepaalt tegenwoordig hoe het hier toegaat. Ze spreken Engels met elkaar, Engels met jou en waarschijnlijk ook Engels met hun ouders. En wij knikken begripvol. We vinden het allemaal prima. We willen vooral niet moeilijk zijn. Dat is inmiddels ons nationale karaktertrek geworden.

Behalve die ene man.

Hij zit een paar tafeltjes verderop. Begin 60. Jas nog aan. Grijze snor die ooit gezag uitstraalde. Handen van iemand die dingen heeft vastgepakt die geen laptop waren. Hij heeft mijn korte gesprek met de ober gehoord. Zijn lichaam is licht voorover gekanteld, alsof hij zich schrap zet voor iets dat onvermijdelijk is.
En dat onvermijdelijke komt eraan, in de vorm van een andere ober. Ook Engels. Ook jong. Ook overtuigd van zichzelf.

Moerstaal

De man richt zich op, wijst met zijn vinger en zegt luid:
„Ik spreek alleen mijn moerstaal.” (voor de jonge lezertjes: „mijn moeders taal”)

Het wordt stil. Dit is geen verzoek. Dit is een mededeling. Een laatste grens.

De ober kijkt hem aan alsof de man zojuist heeft gezegd dat hij tegen vaccinaties is én tegen havermelk.
Yeah but“, begint hij.
„Ga jij maar effe lekker Nederlands leren, ouwe”, zegt de man verongelijkt. Niet boos. Teleurgesteld. Alsof hij zijn land net langzaam ziet verdwijnen onder een laag cappuccinoschuim.
Niemand zegt iets. Niemand grijpt in. De ober loopt weg. De man blijft zitten. Hij heeft niets besteld. Hij heeft wel iets gezegd.

Ik drink uiteindelijk mijn koffie. In het Engels besteld. In stilte opgedronken. Nice

Reacties