Tunnelvisie op papier: hoe economen de werkelijkheid verkleinen
Het is fascinerend hoe economen van de overheid het liefst naar de wereld kijken: via een lineaire formule op een wit vel papier. Een BTW-verhoging op hotels? 1 + 1 = 2, zeggen ze. Een paar cent meer op de liter benzine? 1 + 1 = 2. Punt.
Maar de echte wereld lacht ze uit. De burger aan de grens rijdt net even die paar kilometer over de grens om goedkoper te tanken. Het gezin dat normaal in Nederland een weekendje weggaat, boekt ineens een hotel in België of Duitsland. De cijfers die de economen zo trots presenteren, blijken bij nadere inspectie half zo groot, of zelfs nog kleiner, als je het effect van menselijk gedrag meerekent.
En toch blijven ze stug rekenen alsof de wereld een liniaal is. Regio’s worden over één kam geschoren, de menselijke creativiteit en veerkracht genegeerd. De modellen kloppen misschien in een spreadsheet, maar falen waar het echt telt: in de levende werkelijkheid van mensen die keuzes maken, ontwijken en anticiperen.
Frustratie
Het resultaat? Beleidsmaatregelen die ‘efficiënt’ lijken, maar ongelijkheid en frustratie creëren. De grensbewoner profiteert van een gat in het systeem, de rest van het land betaalt. Het idee van een eerlijke verdeling sneuvelt op het altaar van de perfecte berekening.
Misschien is het tijd dat economen van de overheid hun spreadsheets even inruilen voor een paar weken veldwerk. Gewoon kijken. Praten. Ervaren. Zodat 1 + 1 weer betekenis krijgt niet alleen in theorie, maar ook in de echte wereld. Tot die tijd blijven we waarschijnlijk rekenen op 2… terwijl we in werkelijkheid ergens tussen 1,2 en 1,5 zitten.