Moneyfesteren
Omdat ik graag meer wil leren over spiritualiteit en omdat ik niets liever doe dan mijzelf op zaterdagen licht te ontregelen, liep ik een gebouw binnen waar een zogenoemde spirituele beurs aan de gang was.
Een grote hal. TL-licht. De geur van wierook en linzensoep. Rij na rij mensen die allemaal op geheel eigen wijze aanboden om mij in contact te brengen met de andere wereld. Alsof die andere wereld vandaag alleen tussen twaalf en vijf geopend was.
Het geheel deed denken aan een overdekte markt op zaterdagmiddag, maar dan zonder groente en fruit en met meer beloftes. Hier geen kilo Jonagolds voor 2 euro, maar verlichting in drie sessies of uw geld terug, minus administratiekosten, karma en btw.
Ik liep langs een vrouw achter een wankel campingtafeltje met een bordje:
‘Boek hier uw workshop MANIFESTEREN: wees ook een miljonair’.
Ze keek me aan met de blik van iemand die het universum persoonlijk had gesproken en daar uitstekende aandelenadviezen van had gekregen.
Een tafel verder zat een man gebogen over een grote beker thee. Hij voorspelde de toekomst uit theebladeren voor een vrouw die eruitzag alsof ze hoopte dat haar verleden eindelijk eens zou ophouden. Hij humde zacht. De bladeren lagen erbij als een uitgeput aquarium.
Fascinerend allemaal. Ik hou hier van.
‘Ik zit hier gewoon’
Daarna zag ik een man, een soort goeroe, die niets verkocht. Hij zat op een matje op de grond, in kleermakerszit. Dat alleen al maakte hem verdacht. Geen bordjes, geen flyers, geen QR-code. Alleen hijzelf. Rustig. Te rustig.
Ik vroeg wat hij te bieden had.
„Niets”, zei hij glimlachend. „Ik zit hier gewoon.”
Dat was verfrissend. Iemand die niets deed en dat ook niet als workshop aanbood.
Ik vroeg hem wat hij vond van een manifestatieworkshop .
„Noem dat geen manifesteren”, zei hij. „Dat is moneyfesteren. Manifesteren doe je met je hart. Moneyfesteren met je portemonnee. Of met je hebzucht, zo je wilt.”
Hij pauzeerde.
„Bovendien”, vervolgde hij, „alles is er al. Waarom zou je het nog moeten aantrekken? Je krijgt wat je nodig hebt.”
Hij sloot zijn ogen. Een beetje makkelijk, dus ik vroeg of hij nog meer geestige wijsheden had: „Ik vergroot namelijk graag mijn spirituele kennis.”
Hij opende één oog. Wijd. Alsof ergens een gong verkeerd was aangeslagen.
„Ik ben ontzet”, fluisterde hij, „over mensen die het universum willen kennen, terwijl het al moeilijk genoeg is om je weg te vinden in de P.C. Hooftstraat.”
Dat raakte me. Of verveelde me. Ik wist het niet precies.
„Ik zag laatst iemand pissen in de Kalverstraat”, zei ik. „En toen vroeg ik mij af of dat het einde van de beschaving was, of gewoon iemand die pist in de Kalverstraat. Of dat ik misschien positiever moest denken.”
Niet denken maar zijn
De man lachte.
„Als je positief denkt”, zei hij, „negeer je de werkelijkheid. Als je negatief denkt trouwens ook.”
Ik vroeg hoe ik dan moest denken.
Hij sloot zijn ogen opnieuw.
„Je moet helemaal niet denken. Je moet ZIJN.”
„Ik moet helemaal niets”, zei ik, inmiddels licht geïrriteerd, wat mij op deze beurs automatisch tot scepticus maakte.
Hij opende zijn ogen, glimlachte tevreden en zei:
„Dat bedoel ik. Je hebt het begrepen.”
Bij de uitgang struikelde ik over een folderrek. Duidelijk een kosmisch teken: verlichting is dichtbij, maar de uitgang blijft altijd slecht aangegeven.