Hoeveel woorden heb jij voor sneeuw?
Afgelopen week lag Nederland onder een dunne laag sneeuw. Inmiddels is die weer (grotendeels) verdwenen, maar één ding bleef afgelopen dagen bij me hangen: de woorden die mensen ervoor gebruikten. „Mooi.” „Gevaarlijk.” „Gedoe.” „Magisch.”
Dezelfde sneeuw, totaal verschillende belevingen.
Er wordt vaak gezegd dat Inuit-talen veel woorden hebben voor sneeuw. Dat beeld klopt niet helemaal, maar het zegt wel iets belangrijks. In die talen bestaan meerdere basiswoorden voor sneeuw en ijs, die via samenstellingen steeds preciezer worden. In een omgeving waar sneeuw het verschil kan maken tussen veilig en gevaarlijk, is nuance geen luxe. Taal is daar geen versiering, maar gereedschap.
En dat zette me aan het denken: hoeveel woorden hebben wij eigenlijk voor hoe het met ons gaat?
In gesprekken hoor je vaak dezelfde zinnen.
„Het gaat wel.”
„Ik ben moe.”
„Het is gewoon druk.”
Zelden één ding
Woorden die alles kunnen betekenen en daardoor hebben we soms niets meer zeggen. Onder dat ‘wel’ kan verdriet zitten. Onder ‘moe’ angst. Onder ‘druk’ een lichaam dat al maanden op reserve draait.
Net als sneeuw is gevoel zelden één ding. Er is een verschil tussen moe en uitgeput. Tussen boos en teleurgesteld. Tussen verdriet dat stroomt en verdriet dat vastzit. Maar zolang we alles onder één woord schuiven, blijft ook onze beleving grof en ongericht.
Dat geldt niet alleen voor gevoelens, maar ook voor hoe we over onszelf praten.
„Ik ben nu eenmaal zo.”
„Ik kan dit gewoon niet.”
Zinnen die klinken als feiten, maar vaak oude conclusies zijn. Terwijl taal ook ruimte kan maken.
„Ik kan dit niet” voelt anders dan „ik kan dit nu nog niet”.
„Ik ben zwak” is iets anders dan „ik ben uitgeput”.
Uitnodiging
De sneeuw is weg, maar onze woorden blijven. En misschien kunnen we daarin de volgende uitnodiging vinden: iets beter luisteren naar hoe we spreken, tegen anderen en tegen onszelf.
Je hoeft geen tientallen woorden te hebben voor alles wat je voelt. Maar misschien wel één woord meer dan gisteren.
Dus: hoeveel woorden gebruikte jij vandaag voor hoe het écht met je gaat? En hoeveel woorden wil jij morgen gebruiken?