Het ouderschapsparcours

Monique Louis 14 jan 2026

De huisarts roept de naam van mijn zoon. Ik grijp mijn spullen. De 3-jarige loopt naar de peuterleestafel, pakt een boek en gaat op een krukje zitten. Ik loop snel naar hem toe.

„We gaan met de dokter mee, kom.” Zoon kijkt op, het boek nog open op schoot. Hij heeft duidelijk andere plannen.
Ik pak zijn arm. „Leg het boek maar weg, we gaan mee.” Hij rukt zich los, sprint de andere kant op; dwaas ren ik hem achterna.

De huisarts ziet mijn gestuntel. Hij lijkt de rust zelve. Misschien hoort dit bij zijn werk: toekijken hoe ouders zichzelf belachelijk maken.
„Zal ik de buggy vast meenemen?”, vraagt hij opgewekt.
Hij pakt de handvatten en wandelt de lange gang door. Ik struikel achter hem aan en sjor mijn onwillige kind mee.

Huisarts ophouden

Parmantig stapt mijn peuter de spreekkamer binnen. Ik zak neer op de stoel voor het bureau. Sprak ik hem vorige keer niet met ‘je’ aan? Gehaast begin ik mijn verhaal, bang de huisarts te lang op te houden.

Geroutineerd stroopt hij de mouw van mijn zoons truitje op en bekijkt de plek op zijn arm. Hij legt uit dat ik de tube hormoonzalf gewoon nog kan gebruiken. „Lees maar”, zegt hij behulpzaam en houdt de tube voor mijn neus. Ik knik.

Op de valreep wil ik nog iets zeggen, maar ik onderbreek mezelf en geef hem een hand. Mijn zoon schiet als een katapult de kamer uit. Ik vlieg erachteraan. De buggy zwiept, wieltjes ratelen. Ik bots tegen de deur van de diëtiste, gris rugzak en tube van de grond en zigzag verder.

Warrige gevoelens

Hijgend klik ik mijn zoon vast in de buggy, worstel met de halve deuren. Hup, eindelijk de lift in. Zweet prikt op mijn rug. Ik probeer de warrige gevoelens van me af te schudden. Soms lijkt het ouderschap op een sport die niemand me heeft geleerd.

Buiten draai ik de buggy de hoek om richting het zebrapad. De wind trekt aan mijn jas, het asfalt glanst van de regen. Nieuwsgierig draait hij zijn hoofd naar de auto’s die voorbij rijden. Ik adem diep uit en loop langzaam naar huis.

Reacties