De finale
Het was twee uur ’s nachts, maandagochtend eigenlijk al. De finale Senegal – Marokko was net afgelopen en ik merkte dat ik er wakker van lag. Niet omdat ik zo fanatiek ben en ook niet omdat ik geen Marokkaan ben. Maar omdat verlies soms meer losmaakt dan logisch is.
We zeggen snel: het is maar voetbal. Dat klopt en tegelijk klopt het niet. Voetbal is zelden alleen een wedstrijd. Het is verwachting, saamhorigheid, even geloven dat het deze keer wel lukt. En als het dan anders loopt, voelt dat harder dan de stand op het scorebord verklaart.
Ik leefde mee met veel mensen om me heen. Marokkaanse Nederlanders zijn geen groep op afstand, maar onderdeel van het dagelijks leven. Collega’s, buren, vrienden. Als zij hopen, hoop je ongemerkt mee. En als zij verliezen, blijft het even stil.
Wat me raakte, was niet het spel zelf, maar de herkenning. Alles geven en toch tekort komen. Geen drama, geen groot onrecht, maar gewoon pech. Zo kan het leven ook zijn. Hard soms, zonder uitleg.
Gevoelens bundelen
Misschien onderschatten we daarom de impact van voetbal. Niet omdat het belangrijker is dan andere zaken, maar omdat het gevoelens bundelt. Even sta je niet alleen in teleurstelling. En soms is dat al meer dan genoeg.
Juist daarom was het jammer om later te horen dat de wedstrijd ook leidde tot onrust, waarbij zelfs de ME moest ingrijpen. Dat haalt iets onderuit. Niet de teleurstelling zelf, maar de manier waarop die wordt geuit. Want gedrag blijft hangen, langer dan intenties. En het zet sneller kwaad bloed dan we misschien beseffen.
Zo sta je ineens weer met beide benen op de grond. Dat emoties er mogen zijn, maar dat ze ook verantwoordelijkheid vragen. Misschien is dat wel de lastigste les. Niet van het voetbal, maar van alles wat eromheen gebeurt.