Toetsen aan tafel
„Mama, jij weet veel van seks. Wat is dit? Een teelbal?” Verstoord kijk ik op. Er wijzen pijltjes met cijfers naar de verschillende onderdelen van het lichaamsdeel.
„Dat klopt wel, ja.”
Mijn man zit tegenover me achter zijn laptop, zoon rechts. Als drie ridders uit een beroemd verhaal zitten we om onze eettafel. Op mijn scherm lees ik een tekst over de schoonzus van Vincent van Gogh. Dankzij haar zijn zijn schilderijen bekend geworden. Het is een lang stuk in het Engels en ik moet alle zeilen bijzetten om me te concentreren. Op mijn werk wordt steeds vaker een beroep op me gedaan in het Engels. Tot mijn ergernis viel ik vies tegen.
Biologie inleveren
Zoon heeft vakantie, als hij eerst nog de toets biologie maakt en inlevert, voor tweeën. Om half twee keek hij nog onderuitgezakt naar YouTube. „Een kwartier”, had zijn juf gezegd.
„Stel dat het je twintig minuten kost?”, vroeg ik hem. „Jongens, jullie hebben een penis. Kijk jij even mee”, gebaar ik naar mijn man.
„Ik geloof dat ik een biertje ga pakken.”
„Pak je bioboek er even bij. We gaan de toets niet samen maken; dit moet je zelf doen”, zeg ik.
„Prostaat? Zit die ongeveer hier?”
„Vast wel”, reageert man zonder te kijken. Ik lees verder over Johanna van Gogh-Bonger: without Jo there would have been no Van Gogh. Ik probeer me te verdiepen in kunst en taal, maar het leven aan tafel is een stuk lichamelijker.
„Mama…?”, wijst zoon.
„Ja, dat is de baarmoeder.”
„En dat orgaantje erboven?”
„Geen idee”, zeg ik eerlijk.
„Dus jij weet niet hoe je eigen lichaam eruitziet?”
Clitoris
Zuchtend staat hij op om zijn boek te halen; zuchtend neemt hij weer plaats. Volgende week wordt hij 13.
„Clitoris”, hoor ik hem mompelen. Ogenschijnlijk lees ik door, terwijl ik terugdenk aan mijn biologielessen op de middelbare school. Ik kan het me niet herinneren.
„Klaar.” Hij sluit zijn laptop af.
„Nu al?”, vraagt man.
Een paar weken geleden keek ik samen met hem naar een aflevering van Oogappels. Hij zette het beeld op stil en vertelde dat hij tijdens de les biologie, voor de klas, een condoom om een plastic piemel had moeten schuiven. „Och”, liet ik me ontvallen. Hij had gestikt van het lachen en de klas met hem.
Zoon staat op van zijn stoel. „In het derde jaar krijgen we geen biologie. Nou, dat snap ik wel; dat jaar heb je nodig om het allemaal te laten bezinken.”