De Barbie met autisme en het ongemak van herkenning

Claire Orth 29 jan 2026

Onlangs bracht Mattel een nieuwe Barbiepop uit: een Barbie met autisme. Ze draagt comfortabele kleding, een koptelefoon tegen prikkels en een klein hulpmiddel om te communiceren. Nog voordat ze in de winkel lag, was de kritiek er al.

Want niet elke vrouw met autisme ziet er zo uit. En dat klopt. Dat zal ik ook niet ontkennen.

Iedereen met autisme is anders. Dat is juist één van de kernpunten. De één heeft moeite met geluid, de ander met sociale situaties. De één is uitgesproken, de ander juist teruggetrokken. Er zijn vrouwen die zich totaal niet herkennen in deze Barbie en dat is een valide gevoel. Maar wat mij verbaasde, was hoeveel negativiteit er overheen ging. Alsof deze pop pretendeert alle vrouwen met autisme te vertegenwoordigen. Dat doet ze niet.

Overlappen

Haal het communicatiehulpmiddel weg, zet de koptelefoon af en deze Barbie kan net zo goed symbool staan voor een meisje met ADHD of hoogsensitiviteit. Twee vormen van neurodiversiteit die regelmatig overlappen met autisme. Niet als label, maar als manier waarop iemand de wereld ervaart. Het verschil zit vaak genoeg niet in het uiterlijk, maar in de binnenwereld.

Wat ondergesneeuwd raakte in alle kritiek, is dat er óók veel meisjes en vrouwen waren die zich wél herkenden in deze Barbie. Voor het eerst zagen ze iets van zichzelf terug in speelgoed. Niet als karikatuur, maar als een poging tot herkenning. De pop is bovendien niet zomaar bedacht, maar samengesteld in samenwerking met ervaringsdeskundigen. Met een doel: zichtbaarheid en herkenning vergroten.

Juist omdat autisme zo divers is, kun je het nooit volledig vangen in één pop. Als je dat zou proberen, wordt het geen Barbie met autisme, maar een pop met tegenstrijdige eigenschappen die elkaar in de weg zitten. Dat voelt voor mij niet als inclusiever, maar als verwarrender.

Ingewikkeld en waardevol

Ik heb zelf geen autisme, dus ik kan en wil niet voor anderen spreken. Maar zelfs vrouwen met autisme spreken niet altijd namens elkaar. Want ook zij zijn geen homogene groep. Dat maakt deze discussie ingewikkeld, maar ook waardevol.

Stereotypen zijn niet per definitie slecht. Ons brein heeft ze nodig om de wereld enigszins overzichtelijk te houden. Respect ontstaat juist wanneer we bereid zijn om voorbij dat eerste beeld te kijken. Om ruimte te laten voor hoe iemand zelf invulling geeft aan dat ‘hokje’.

Misschien zit de kracht van deze Barbie niet in perfectie, maar in flexibiliteit. Herken je je niet in de koptelefoon, dan vervang je die. Draag je liever je haar anders, dan pas je dat aan. Zo wordt het geen vaststaand beeld, maar een uitnodiging. Om te spelen, te praten en te ontdekken dat geen enkel mens, met of zonder label, in één vorm te gieten is.

Reacties