Van mode-clochard tot stijlicoon?
Toen ik als 15-jarige verliefd werd op een mooie tengere brunette, Evelyne genaamd, begon ik volledig te veranderen, zowel fysiek als mentaal.
Tijdens mijn eerste drie studiejaren Latijn-Grieks was ik altijd sjofel aangekleed en zo was ik in de autobus naar huis vaak het mikpunt van spot. Stilzwijgend, ze roddelden achter mijn kromgebogen rug. Dit duurde een tijdje tot kort na mijn ontmoeting met Evelyne, mijn reddende engel.
Allereerst blondeerde ik mijn beruchte vettige haardos, kocht goedkope storende parfum en ging dan wekelijks naar de coiffeur, terwijl ik als een ware narcist naar mijn eigen spiegelbeeld keek. Ik liet mij daar meestal een ultra-modern kapsel knippen. Ook kon je mij vaak zien zwoegen in de sportschool. En ja, af en toe een beurt zonnebank mocht niet ontbreken. Plots moest ik de zwermen schoolmeisjes als vliegen van mij afslaan. Evelyne en ik liepen als een prachtig paar overal hand in hand en genoten veel populariteit in het Atheneum, maar we bedrogen elkaar aan de lopende band.
Geschoren schaap
Enfin, op een stralende lentedag wilde ik van mijn succesvolle haardos af en was zo terug ‘het zwarte geschoren schaap’ van de buurt, kwam daar nog bij dat ik kapotgescheurde jeansbroeken droeg, alsook een oude afgeraffelde vest van my old man. In mijn favoriete stamkroeg aanvaardden mijn vrienden mij echter als een ware ‘mode-clochard’. Mijn hele Casanova-gedoe viel weg en ik werd plots weer een silly boy.
Onze vrienden waren verwonderd dat het sprookje tussen mij en Evy gedaan was. Tijdens een winterochtend fluisterde ik in haar oortje terwijl ze sliep als een roosje: „Je suis venu te dire que je m’en vais.”
En ja, vandaag is het nu exact veertig jaar geleden dat ik Evelyne voor het eerst kuste, heel onhandig uiteraard, terwijl het hevig sneeuwde.
Als ik terugdenk aan die turbulente periode ben ik blij dat ik me allang weer ‘gewoontjes ‘ kleed en neen, ik ben geen fotomodel geworden, gelukkig maar.
Twijfel
Intussen ben ik tot erkend dichter gekroond. Ach ja, gisteren kreeg ik het idee om een totaal nieuwe dichtstijl te creëren. ‘Hoezo?’, hoor ik de lezer al denken? Nieuwsgierig? Zal ik deze stijl hier even kort uiteenzetten? Of hou ik deze literaire revolutie nog een tijdje voor mij? Is die stijl te moeilijk om te begrijpen? Ach neen, eigenlijk niet. Ik twijfel nog. Blijft het top secret? Zal ik je inwijden? Of hou ik het postuum? No no, here we go:
Je hebt enkel de icoontjes nodig die je op je gsm terugvindt, plaats er enkele naast elkaar tot deze reeks een betekenisvol gedicht vormt. Ik gaf vanmorgen deze nieuwste stijl de naam: Iconic Poetry. Je kan zo ‘icone poems‘ componeren, het werk mag lang zijn of ultrakort, maar best met een titel. Het moet wel begrijpelijk blijven zodat de lezer na een tijdje snapt wat er door de icoondichter wordt bedoeld. Zwarte humor is toegestaan.
Dus beste verdoemde poëet, als jij je ook geroepen voelt om er eentje te schrijven, doe maar, voordat de bom valt.
Want wordt deze nieuwste poëzie straks een stijlicoon? Of een universele taal, dus voor iedereen leesbaar en verstaanbaar? Misschien kunnen icoondichters de Derde Wereldoorlog doen stoppen.