Een doos vol verlangen

Monique Louis 7 dec 2025

De verkoopster ging akkoord met retourneren. Geconcentreerd zette ze alles in gang. Ik keek naar haar bedrijvige handen. Plotseling stopte ze. „Waarom eigenlijk?”

„Nou”, begon ik, en legde uit wat de reden was. Ze knikte en ging verder. Bij het volgende kledingstuk keek ze me weer doordringend aan.
„De pasvorm klopte niet”, zei ik. Het voelde als een mondelinge toets.

Ze gaf me mijn geld terug. Een beetje beschaamd stond ik weer buiten. Ik begaf me in de immense drukte en stapte een ander filiaal van dezelfde winkel binnen. Paste een vest. Mijn koortslip was nog zichtbaar. Mijn haar zat slap. Een vriendin zei ooit dat je dan pas echt goed kunt beoordelen of een kledingstuk je staat. Ik schoof het gordijn open. Er stond een vrouw zonder jas, ze keek me vragend aan.
„Ik weet het niet”, zei ik en trok aan een mouw. „Volgens mij zijn ze ongelijk.”
De vrouw knikte begripvol.
„Ik werk hier niet, hoor.”

Onlangs bracht ik twee zakken met kleding naar de container. Het uitzoeken, het wegdoen. Het viel me zwaar. Uiteindelijk draag ik vaak het laatste wat ik heb aangeschaft. De zinloosheid van het hele proces drong tot me door. Ik wist het wel, maar nu voelde ik het ook en ik besefte dat het niet alleen mijn valkuil was.

Dat deed me denken aan Teun van der Keuken, die vertelde in de podcast Teun en Gijs dat hij zich had voorgenomen alleen nog tweedehands kleding te kopen. „Alleen technische kleren”, zo noemde hij dat, „zoals sportschoenen, die mag ik van mezelf nieuw kopen.”

Plofkippen

Teun is op deze aarde om ons te wijzen op ons stompzinnige consumentisme, hoe we ons als plofkippen laten vullen met fout voedsel uit supermarkten. Zelf is hij tamelijk eerlijk over zijn zwaktes en tekortkomingen en omdat ze zichzelf niet sparen, is het gesprek tussen hen vaak amusant.
„Als er nu geen kleren meer gemaakt zouden worden, dan kunnen er drie generaties met wat er al aan kleren is gewoon gekleed worden. Dat is toch absurd?”
„Je ziet mensen als zombies met tassen langs die ranzig geparfumeerde, helverlichte winkels lopen. Best een beetje walgelijk, vind je niet?”
„Ze moeten mensen gaan afremmen. Anti-reclame maken. Een koopzuchtremmende pil?”, opperde hij. „Het is tenslotte een verslaving.”

Ik zie aan mijn zoon, 16, hoe belangrijk hij kleding vindt. Vooral schoenen. Zes paar stonden laatst pontificaal op een rij. Maat 45. En niet alleen daarom imponerend. Bovendien: waar laat je ze? De deurbel gaat. Er wordt een doos in mijn handen gedrukt. Als ik de deur sluit hoor ik zoon al op de trap. Zijn blik houdt het midden tussen uitdagend en schuldbewust.
„Dat meen je niet”, zeg ik.
„Yes!” reageert hij.

Reacties