De grote gelijkhebberij van bestuurlijk Nederland

Jan Veenstra 1 dec 2025

Het begint bijna aandoenlijk te worden: overal in Drenthe – en ver daarbuiten – zien we dezelfde bestuurlijke choreografie. Je zou denken dat er ergens in Den Haag een handboek circuleert met de titel ‘Hoe negeer ik burgers in drie eenvoudige stappen’.

Want elke gemeente weet het moeiteloos, alsof ze het op de opleiding tot wethouder in de eerste week uit het hoofd moeten leren.

Stap 1: Sluit je op in het gemeentehuis.
Doe alsof de buitenwereld niet bestaat.
Stickertjes op de ramen Helpt tegen lastige burgers.
Stap 2: Werk je plannen uit zonder enige inbreng.
Waarom iets uitleggen aan inwoners?
Waarom draagvlak creëren?
Waarom een proces open inrichten als je het ook gewoon kunt besluiten en hopen dat niemand wakker wordt?
Stap 3: Wees verbaasd wanneer mensen wel wakker zijn.
En ziedaar: het drama is compleet.

Nooit over de inhoud

De burger is boos, de raad is verrast, de wethouder verschanst zich achter ‘het proces’, en de griffier zoekt de map met ‘communciatiestoring-verklaringen’ weer op.
Want het gaat nooit over de inhoud.
Niet over een zwembad hier of een school daar.
Het gaat over praktische onkunde, bestuurlijke arrogantie en een hardnekkige gewoonte om burgers te behandelen als lastig meubilair. Handig om op te leunen tijdens inspraakavonden, maar liever stoppen we het weg in de opslag als het begint te praten.

Je ziet het patroon:
Communicatie? Te laat, te weinig, te eenzijdig.
Transparantie? Alleen als het uitkomt.
Burgers betrekken? Zeker, zodra alles al is besloten.
Verwondering wanneer de pleuris uitbreekt? Altijd 100 procent.

‘Emoties onderschat’

Het mooiste is nog de rouwfase die daarna altijd volgt, steevast in dezelfde volgorde:
„We hebben de emoties onderschat.”
(Lees: we hadden geen idee wat er buiten dit gebouw leeft.)
„We hadden eerder en duidelijker moeten communiceren.”
(Lees: we dachten dat u het toch wel zou slikken.)
„We nemen de signalen heel serieus.”
(Lees: nu het misgaat.)
„We gaan het proces evalueren.”
(Lees: we doen niets inhoudelijks, maar het klinkt heel verantwoordelijk.)
En dan, alsof het uit een machine komt, volgt het reddingsplan: een werkgroep en een extern adviesbureau.

Kloof met de burgers

Want als het allemaal misgaat, is er altijd één reddingsboei waar bestuurders graag naar grijpen: vertraging. Onder het motto: „Als we maar lang genoeg onderzoeken, wordt iedereen vanzelf weer moe.”

Inmiddels durf je het bijna niet meer te zeggen, maar het is simpel:
Bestuurders zijn geen feodale landeigenaren.
Ze zijn géén managers van een BV Gemeente.
Ze zijn volksvertegenwoordigers.
Dat betekent dat het volk niet een obstakel is dat je moet meenemen in je risicoanalyse, maar het vertrekpunt van beleid.

Je zou bijna vragen:
Wanneer begrijpt het bestuur eindelijk dat de kloof niet ontstaat door boze burgers, maar door bestuurders die zichzelf centraal zetten?
Tot die tijd kunnen we wachten op de volgende gemeente die precies hetzelfde riedeltje opvoert.
Andere locatie, ander onderwerp, dezelfde bestuurlijke schijnbewegingen.
Het script ligt klaar.
De uitvoering volgt vanzelf.

Reacties