Het is 06.42 uur in de ochtend
Ik zit in de bus op weg naar mijn werk. We zouden al moeten rijden. De chauffeur staat nog te praten met een collega. En zoals dat gaat, voel ik de onrust in mij omhoog kruipen.
De tijd tikt.
Ik wil niet te laat zijn.
Zijn collega vertelt dat hij gaat verhuizen.
Roosendaal.
Een huis gekocht, samen met zijn zus. Hij lacht terwijl hij het zegt.
In zijn ogen zit iets wat je niet kunt faken. Iets wat glanst.
Alsof hij lang gezocht heeft en nu eindelijk mag landen.
Mijn irritatie zakt weg.
Is een paar minuten vertraging eigenlijk zo erg?
Misschien had ik zelf gewoon een bus eerder moeten nemen.
Die gedachte is ongemakkelijk, maar ook eerlijk.
Warmte
Ik luister verder.
Dat doe ik graag.
De chauffeur is blij voor hem. Echt blij. Geen beleefde felicitaties, maar warmte.
Hij hoeft nog maar één dag te werken en dan heeft hij twee weken vrij.
Kerst.
Oud en nieuw.
Rust.
Ik zie het voor me:
tijd die langzaam mag gaan,
dagen zonder haast,
even niets hoeven.
Geen schema’s, geen klokken die tikken, alleen ruimte.
Hun geluk vult de bus zonder dat ze het doorhebben.
Het werkt aanstekelijk.
Ik merk dat ik glimlach.
Soms is het fijn.
Om blij te zijn voor een vreemde.
Dan maakt irritatie plaats voor verlichting
en voelt alles ineens
een beetje lichter.