De heiligverklaring van ongelijkheid

Peter Roozendaal 14 dec 2025

In juni 1975 stond ik in Amsterdam bij het begin van de snelweg te liften. Een maand later was ik in Afghanistan. Het voelde alsof we eeuwen terug in de tijd werden geworpen.

Elektriciteit kende men op veel plaatsen nog niet, toiletten evenmin – maar er werd geleefd. De vrouwen droegen boerka’s, maar opmerkelijk genoeg zag je toen ook nog westerse vrouwen zonder enige hoofdbedekking. Dat werd in die dagen nog getolereerd. Later ben ik mij gaan verdiepen in het waarom van deze bijna middeleeuwse cultuur in de twintigste eeuw.

Wie oude teksten leest, ziet niet alleen geloof terug, maar vooral de wereld zoals die ooit was. In de beroemde Hadith-verzamelingen van Bukhari en Muslim –  gezaghebbende kroniekschrijvers in de islam –  verschijnt een beeld dat vandaag moeilijk onschuldig genoemd kan worden. We lezen dat de meeste bewoners van de hel vrouwen zijn, omdat zij ondankbaar zouden zijn of tekortschieten in religie. Niet door slecht gedrag, maar omdat zij tijdens hun menstruatie niet mogen vasten. De logica is duidelijk: wat het lichaam doet, wordt een moreel tekort.

Goddelijke ordening

Er staat ook dat een gebed ongeldig wordt wanneer er een vrouw, een ezel of een zwarte hond voorbijloopt. Vrouwen zijn volgens verschillende overleveringen ‘gebrekkig in verstand en geloof’ en hun getuigenis is daarom maar de helft waard. Deze ideeën zijn in de klassieke rechtsgeleerdheid eeuwenlang gebruikt om sociale regels te rechtvaardigen: wie vrouwen als risico beschouwt, ziet ongelijkheid niet als machtsverschil, maar als goddelijke ordening.

Wat doe ik als psycholoog met zulke teksten? Ze zijn niet door God geschreven, maar door mannen die leefden in een tijd waarin vrouwen, huizen en paarden in één adem werden genoemd als het om bezit ging. De schrijvers probeerden orde te scheppen in een samenleving die ruw, hiërarchisch en diep patriarchaal was. Dat is begrijpelijk in de negende eeuw, maar het wordt ingewikkeld wanneer deze inzichten in de eenentwintigste eeuw nog steeds als heilig worden gezien.

Nacht alleen

Het wringt vooral wanneer gehoorzaamheid als religieuze deugd wordt voorgesteld. Een vrouw die niet mag reizen zonder mannelijke begeleiding, niet mag vasten zonder toestemming, of vervloekt wordt omdat zij een nacht alleen wil slapen – daarin wordt intimiteit gereduceerd tot plicht. De bekende vergelijking met de ‘gebogen rib’, die nooit helemaal recht kan worden, laat vooral zien hoe diep het wantrouwen zat dat men toen jegens vrouwen had.

Geen enkele religieuze traditie heeft het monopolie op fouten. Maar gelijkwaardigheid begint bij de erkenning dat heilige teksten mensenwerk zijn – en dat we mogen groeien voorbij de angsten die onze voorouders tot wet verhieven. Wie dat inziet, hoeft zijn geloof niet op te geven, alleen het onderscheid te maken tussen wat tijdgebonden is en wat tijdloos zou moeten zijn.

Reacties