Dagen van eenvoudig fatsoen
„Tijden veranderen”, zeggen mensen vaak. En meestal volgt er een zucht: „…en helaas, de normen en waarden ook.”
Wie boven de 50 is, weet precies wat ze bedoelen – en voelt het dagelijks, diep vanbinnen.
Er was een tijd dat het touwtje nog uit de brievenbus hing. Niet uit naïviteit, maar gewoon omdat het kon. Niemand stal iets, hooguit een praatje. Vertrouwen was vanzelfsprekend. De buren kenden elkaar bij naam, of op zijn minst van gezicht. Er werd gegroet, gelachen, gepraat. Als er iets speelde, loste je het op met een bakkie koffie. Alles was eenvoudiger, en tegelijk rijker. Er hing warmte in de lucht, een zachte verbondenheid die nu als een herinnering verdampt.
Nu heeft dat touwtje plaatsgemaakt voor de deurbel met camera. We kijken eerst wie er aanbelt, voordat we beslissen of we ’thuis’ zijn. Dat praatje met de buurman? Zeldzaam geworden. Soms vang je nog een vluchtige „goedemorgen” of een aarzelende glimlach, maar zelfs dat voelt verdacht. Het is een relikwie van fatsoen dat langzaam vervaagt, als een licht dat op het punt staat uit te doven. En je verlangt ernaar, zelfs als je het nauwelijks durft toe te geven.
Eén scheve blik
De wereld is harder geworden. De lontjes korter. Eén verkeerd woord, één scheve blik – en het vonkje slaat over. Waar we vroeger misschien mopperden, wordt nu geschreeuwd. Waar je iemand ooit vriendelijk kon aanspreken, mondt dat nu uit in scheldpartijen of erger.
Vroeger tikte de buurvrouw op het raam als je te dicht bij haar hortensia’s voetbalde; je zei „sorry” en rende weg. Nu krijg je een snelcursus in levensbedreigende ziektes, toegeroepen door 10-jarigen die de woorden nog niet kunnen spellen, maar ze wél feilloos uitspreken. De ouders? Die weten precies welke ‘stoornis’ hun ‘lieverdje’ heeft en waarom jij vooral begrip moet tonen. En anders… dan volgt een tirade over begrip, grenzen en zelfexpressie, terwijl jij je afvraagt waar het gezond verstand gebleven is.
De politie, ooit een gezag dat ontzag inboezemde, staat nu neus aan neus met pubers die „hun rechten kennen”. Oom agent? Die kan weinig doen – de corrigerende tik is afgeschaft, samen met het gezond verstand.
Weemoed
Misschien klinkt dit als gemopper. Maar eigenlijk is het vooral weemoed. Een zacht, heimelijk verlangen naar een tijd waarin fatsoen vanzelfsprekend was, waarin respect iets was dat je gewoon gaf, zonder het op te eisen.
De tijden zijn veranderd, dat is waar.
Maar soms, heel soms, bungelt er nog ergens een oud touwtje achter een deur. Wachtend tot iemand het weer naar buiten durft te trekken.
Gewoon, omdat het kan. Omdat er nog restjes vertrouwen zijn. Omdat er nog een beetje verbondenheid is. Omdat er nog menselijkheid is, klein en broos, maar levend, wachtend om gevonden te worden.