De pech van een ambtenaar

Marten Coverack 20 okt 2025

Op een winterse namiddag liep ik langs het UWV‑kantoor in Den Bosch. Het was al donker aan het worden en door de glazen gevel kon je zo naar binnen kijken. Daar zaten ze: rijen mensen achter hun schermen, allemaal gevangen in het blauwe licht van hun monitor.

Het leek op een aquarium vol goudvissen die eindeloos rondjes zwemmen, maar dan zonder de sierlijke bewegingen.

En ik dacht: wat een pech moet het zijn om als ambtenaar door het leven te moeten. Je wordt niet geboren met een roeping om vinkjes te zetten of protocollen te volgen, maar toch eindig je daar, achter een scherm, in een kantoortuin waar de lucht van lauwe koffie en plastic planten hangt. Je dagen bestaan uit klikken, typen, wachten tot het systeem vastloopt en dan nog eens klikken.

Kattenfilmpjes

De buitenwereld denkt intussen dat je de hele dag kattenfilmpjes zit te kijken. En eerlijk gezegd: dat zou nog een verbetering zijn. Want een kat die van een tafel kukelt, heeft tenminste nog vaart en richting. Een dossier bij het UWV daarentegen kan maanden blijven zweven, zonder ooit de grond te raken.

Het tragikomische is dat er met zoveel mensen zo weinig uit de handen komt. Niet omdat ze lui zijn, maar omdat ze verstrikt zitten in regels die elkaar tegenspreken. Elk formulier moet drie keer door het systeem, elke uitzondering moet in een rapport van tien pagina’s worden uitgelegd. Het is de administratieve variant van een doolhof zonder uitgang.

En dan is er nu de grote belofte van kunstmatige intelligentie. AI moet de boel versnellen, de fouten eruit halen, de wachttijden verkorten. Maar wie gelooft dat een algoritme getraind op bureaucratie de bureaucratie gaat oplossen, gelooft waarschijnlijk ook dat een kat die piano speelt de volgende Chopin is.

Veroordeeld

Dus daar zitten ze, de ambtenaren van het UWV. Niet lui, niet dom, maar simpelweg veroordeeld tot een systeem dat hen langzaam opslokt. Hun grootste zonde is niet dat ze kattenfilmpjes kijken, maar dat ze dat níet doen. Want misschien zou een beetje luchtigheid het werk nog draaglijk maken.

Ik liep verder, hoofdschuddend. Wat een pech, dacht ik, om je dagen te slijten in een glazen aquarium waar de buitenwereld je ziet zitten, maar nooit begrijpt dat je vooral bezig bent met overleven.

Reacties