De hemelse honger en het sacrament van de maagkramp
De jaren zestig. Voor velen synoniem met bloemenkransen, vrijheid en revolutie. Voor mij? Met een knagend hongergevoel en de geur van wierook en zonde.
Ik zat op de Sint-Jacobschool, vernoemd naar de majestueuze Sint-Jacobskerk, wat de band met het Heilige Huis alleen maar beklemmender maakte. De katholieke kerk had de touwtjes strak in handen, en het strakste touwtje was dat om de maag.
Want och, het Eeuwig Eeuwige Eten. Je moest, om de geconsacreerde hostie waardig te ontvangen, nuchter naar de vroege mis. Dat betekende: geen hap, geen slok. Een heilig vasten dat in de praktijk neerkwam op urenlang knarsetanden, terwijl je maag een symfonie van hongerroffels produceerde. God was blijkbaar meer gediend met een lege darm dan met een opgewekt gemoed. De pastoor daarentegen, een man met een indrukwekkende speknek die duidelijk geen honger kende, straalde een doorvoede sereniteit uit – een man die de kunst van het ‘na-de-mis-ontbijt’ tot in de perfectie beheerste.
Mislukkelingen
Maar de ware komedie speelde zich af in de biechtstoel. Dat duistere, houten hokje, waar maandelijks de mislukkingen van 12-jarige knaapjes werden ontleed. Het moest zó: éénmaal per maand de zonden op tafel, zodat je weer ‘schoon’ was voor de Hostie die je – je raadt het al – nuchter moest nuttigen.
Ik had er een sport van gemaakt om me ertegen te verzetten. De zonden die ik opbiechtte waren zo belachelijk dat ze zelfs de kapelaan deden fronsen. „Ik heb de kip van de buren een scheldwoord geleerd” of „ik heb een mier ervan beschuldigd een communist te zijn.”
De lastpost
Mijn populariteit bij de geestelijkheid van de Sint-Jacobsparochie was navenant. Ik was de lastpost, de sarcasme-jongen, het vleesgeworden bewijs dat je met een beetje tegenzin de hele boel in de war kon schoppen.
Terugkijkend waren de jaren zestig een tijdperk van grandioos, bijna Monty Python-achtig, religieus theater. De kerk was een bolwerk van regeltjes die de mensheid vooral ongemakkelijk moesten maken. Het enige écht sacrale moment dat ik me herinner? Dat was de eerste, zalige slok limonade ná de mis. Amen.