Als de ogen weg zouden kijken

Eline de Boer 14 sep 2025

Even met vriendinnen naar de supermarkt in een tussenuur? Leuk! Maar toch kan ik niet ongestoord mijn gang gaan. Altijd aangesproken worden, aangestaard worden. Steeds vaker kies ik de mediatheek boven de supermarkt. Natuurlijk heb ik het dan na schooltijd thuis rustiger omdat ik een deel van mijn huiswerk al af heb, maar daarmee ontwijk ik ook de vragende blikken, vol vooroordelen.

‘Waarom ik?’, vraag ik me soms af. Waarom moet ik nou weer anders zijn? Waarom mag ik niet een normaal 14 jarig meisje zijn, die haar leven leidt zonder aangestaard te worden? Veel mensen kennen een rolstoel, maar een loopfiets? Dat bestaat bij veel mensen niet. Ook dat is een hulpmiddel, met hetzelfde doel als een rolstoel: mensen hun vrijheid teruggeven.

Volgens het grootste deel van de bevolking kan een 14-jarig meisje niet iets aan haar lichaam hebben. Ik hoor dan ook vaak dingen zoals: ‘De jeugd van tegenwoordig…’, ‘Je bent nog jong, je kunt helemaal niet een beperking hebben.’ en ‘Je kunt ook wat minder lui zijn en je normaal gedragen.’

Ja, het hoort nou eenmaal bij het leven. Niemand is hetzelfde; bij de een is dat alleen wat meer zichtbaar dan bij de ander. Moet je daarom staren? Er iets van zeggen? Nee, dat hoeft niet. Natuurlijk mag je dingen denken, maar dat hoef je niet altijd te uiten. Niet dat ik er iets aan kan doen dat ik anders ben.

Soms gebruik ik een rolstoel, soms een loopfiets en soms loop ik. Voor veel mensen kan dat niet. Als je in een rolstoel zit, kun je niet lopen. Zo denken mensen nou eenmaal. Toch is het zo dat bijna de helft van de mensen in een rolstoel kan lopen. Op school gebruik ik een loopfiets, omdat dat het best bij mij past voor schooldagen. Toch denk ik er soms aan om mijn rolstoel mee te nemen naar school; die kennen mensen tenminste. Geen ‘Broembroem’, ‘Kun je een wheelie?’ en ‘Hey, je mag hier niet fietsen!’ meer. Toch kies ik ervoor om door te gaan met mijn loopfiets. Ik zal er mee moeten leren leven; het moeten leren accepteren. Het gaat namelijk niet veranderen, nooit niet.

Mensen zien jongeren als wezens die geen respect voor de wereld hebben. Daarom wordt er bij mij direct gedacht dat ik lui ben, dat ik stoer wil doen. Ik wil geen loopfiets, maar het moet, om me te kunnen redden. ‘Straks komen ze hier nog met een brommer binnen’, zeiden twee voorbijgangers tegen elkaar. Terwijl ik met mijn vriendinnen een broodje uitzocht, werd er naast me een gesprek gevoerd; over mij. Alsof ik er niet bij was. Alsof ik het niet kon horen. Eigenlijk wil ik dan keihard schreeuwen dat ze normaal moeten doen en verder moeten kijken dan dat hun neus lang is. Toch doe ik het niet, want dan krijg ik nog meer aandacht die ik niet wil.

Ondertussen heb ik er een spel van gemaakt. Elke keer als ik naar de supermarkt ga met mijn loopfiets, voorspel ik op de weg ernaartoe samen met mijn vriendinnen hoe vaak ik aangesproken en aangestaard ga worden. Ondanks dat ik het wel een leuk spel vind, vind ik de reden erachter wat minder.

Waarom kunnen we als mensen niet wat meer liefde aan elkaar geven? De wereld zou er beter van worden, dat weet ik zeker. Maar toch doen we het niet, want dingen roepen zonder na denken is makkelijker. Dat vind ik jammer, omdat zoveel dingen niet nodig zijn die er in deze wereld gebeuren. Ik zou willen dat dat veranderd, er zijn veel die dat willen. Maar toch doet niemand het, waarom?

Reacties