‘Privatiseren kun je leren’ door een bezorgde burger met een cynisch randje
Er was een tijd – het lijkt alweer een paar staatsbedrijven geleden – dat de overheid simpelweg deed wat nodig was. Post bezorgen. Treinen laten rijden. Woningen bouwen. Zieken verzorgen. Stromend water uit de kraan. Warmte in de winter. Een bus die gewoon op tijd kwam.
En als het dan eens níét lukte, kon je iemand verantwoordelijk houden. Een minister, een directeur met een sigaar, desnoods een ambtenaar met een papieren kaart van Nederland op z’n bureau. Rommelig misschien, maar het werkte.
Toen kwam de verlichting. Neoliberaal, welteverstaan. Alles wat een beetje functioneerde, werd met gezwinde spoed naar de vrije markt gebracht. Want daar, zo verzekerden de orakels van de jaren ’90 ons, daar was innovatie. Efficiëntie. Klantgerichtheid. Concurrentie zou alles goedkoper, beter én sneller maken. En als het dan misging, dan was dat je eigen schuld. Had je maar een andere zorgverzekering moeten kiezen. Of een andere trein. Of een andere brievenbus.
Postbode met burn-out
Neem PostNL. Ooit een degelijke staatsdienst, nu een soort postbode-met-burn-out die zijn eigen brievenbus niet meer kan vinden. De oplossing? Niet: „Laten we eens investeren in betrouwbaarheid.” Nee, de norm moet omlaag. Eerst was het: „Vandaag gepost, morgen bezorgd.” Nu wordt het: „Vandaag gepost, misschien bezorgd voordat je verhuist.” Vanaf juli 2026 is het officieel: 48 uur. En geef het tijd, dan komen we vanzelf uit op 132 jaar – flessenpostniveau.
Dan de NS. Een bedrijf dat ooit trots op tv adverteerde met punctualiteit en tegenwoordig vooral excelleert in het gebruik van de woorden ‘vervangende busdienst’. Sinds de opsplitsing in 1995 zijn er zoveel dochterbedrijven ontstaan dat de gemiddelde reiziger zijn overstap op Utrecht Centraal nog makkelijker vindt, dan uit te zoeken wie verantwoordelijk is voor het uitvallen van zijn trein. En als het reizen te duur wordt voor de burger? Dan stelt de NS voor om… jawel: de prijs te verhogen. Logica op wielen.
En wie zaten er aan het stuur toen al deze publieke diensten werden verkocht als afdankertjes op Marktplaats? Juist. De VVD, D66 en de PvdA – het trio dat binnenkort wellicht het Schoofkabinet mag gaan vormen. U weet wel, Schoof-1: het kabinet dat de post wél sneller wil bezorgen, maar ook vooral met minder postbodes. En dat treinen betaalbaarder wil maken, door het tarief met slechts 9 procent te verhogen in plaats van 12 procent.
Verbaasd
De grote grap is natuurlijk dat de politiek nu verbaasd reageert op de problemen die ze zelf hebben geprivatiseerd. Alsof je je huis verkoopt aan een stel pyromanen en dan onthutst staat te kijken als het afbrandt.
En wij, als brave burgers? Wij mopperen wat bij de bushalte, liken een boze tweet over de zorgpremie en zetten onze thermostaat nog één graadje lager. Want ergens, diep vanbinnen, geloven we nog steeds dat de markt het gaat oplossen. Zodra die postduif geland is.
Conclusie?
Privatiseren is een beetje als je huwelijk openstellen op advies van een consultant: het klinkt vooruitstrevend, maar na een tijdje zit je alleen, met een lege portemonnee, te wachten op een pakketje dat nooit meer komt.