Nederland in 2030, democratie als groepsproject zonder docent
Disclaimer: dit is een satirische toekomstvisie. De gebeurtenissen, partijen en cijfers zijn verzonnen, maar gebaseerd op actuele politieke trends en het collectief onvermogen om ook maar iets normaal te regelen.
Fase 1: Verkiezingen of karaoke-avond?
Het is 2030. Nederland heeft zojuist zijn twaalfde verkiezing in acht jaar afgerond. De opkomst was 61 procent, de verwarring 100 procent.
Er zijn nu 46 partijen in de Tweede Kamer, waarvan 21 met één zetel. Het merendeel opgericht door ex-leden van andere partijen, buurtverenigingen met een meningsverschil, of mensen met een TikTok-filosofie en een printer. De Partij voor Autonome Schoolpleinen won net genoeg stemmen om de minister van Onderwijs te leveren.
Het resultaat: een parlement dat meer weg heeft van een koor zonder dirigent, waarin iedereen schreeuwt, maar niemand dezelfde toonsoort zingt.
Fase 2: De formatie als nationale passietijd
Formeren? We zijn nu aan dag 734 bezig. Informateurs zijn vervangen door procesbegeleiders met meditatieve achtergrond, nadat de vorige twee zijn opgebrand aan een ruzie over het verschil tussen ‘sociaal’ en ‘sociaal-liberaal’.
De grootste partijen willen best samenwerken… met iedereen, behalve elkaar. Elke formatiepoging eindigt in een statement op X: „We respecteren elkaars verschillen, maar onze achterban voelt zich emotioneel onveilig bij hun begrotingsparagraaf.”
Ondertussen zit het land zonder volwaardig kabinet, maar met vijf klimaatakkoorden, drie energiecrises, en een nationale week van reflectie over besluiteloosheid.
Niet in Nederland
Fase 3: Iedereen heeft een partij, niemand heeft macht
De oproep om verwante partijen te laten fuseren klinkt inmiddels wanhopig. Het lijkt logisch: wie ideologisch samenhangt, zou toch politiek kunnen samenwerken? Niet in Nederland.
De Progressieve Unie van Realistische Dromers wil niets te maken hebben met de Groen-Sociale Richtingscoöperatie, want die stemden tegen het invoeren van havermelk in alle overheidskantines.
De Nieuwe Generatie Eerlijke Pensioenen overweegt wel samenwerking met de Partij van de Jonge Ouderen, maar alleen als ze hun standpunt over crypto aanpassen. Spoiler: dat doen ze niet.
Fuseren wordt gezien als identiteitsmoord. Iedereen wil invloed, maar niemand wil iets opgeven. Dus hebben we straks 63 partijen die exact niks gedaan krijgen, behalve ruzie maken in talkshows.
Fase 4: Het regeerakkoord als postmoderne roman
Mocht er toch een kabinet komen, dan is het regeerakkoord inmiddels uitgegroeid tot een 1642 pagina’s tellend document, met daarin onder meer:
• Hoofdstuk 17.4.3: ‘De inclusieve duiding van de landbouwtransitie’
• Bijlage IX: ‘Moratorium op besluitvorming tot nader order’
• Een open eind voor creatieve interpretatie, zoals in goede literatuur betaamt
Elke partij krijgt een alinea waarin ze kunnen claimen dat hun kernpunt ‘een plek heeft gekregen’. Niemand leest het. Zelfs de Kamerleden niet. Er wordt gestemd op basis van PowerPoint-samenvattingen van de fractiemedewerker met de minst korte aandachtsspanne.
Gelijk willen
Fase 5: Waarom dit dus nergens op slaat…
De kern?:
• Te veel partijen
• Te weinig bereidheid tot compromis
• En een democratisch systeem dat verscheidenheid stimuleert, maar samenwerking ontmoedigt
We zijn verworden tot een land waarin elke overtuiging zendtijd krijgt, maar geen enkele uitvoering. Iedereen eist zuiverheid. Iedereen wil gelijk. En niemand wil nog samen een groter geheel vormen.
Dat maakt onze democratie geen debat meer, maar een verzameling solo’s die elkaar onderbreken.
Tot slot:
En zo leeft Nederland in 2030 in volledige politieke vrijheid, vrij om eindeloos te kiezen, vrij om eindeloos te weigeren en vrij om langzaam ten onder te gaan aan het eigen gelijk.