La Camisa Africana

Claude Aendenboom 27 aug 2025

Mijn broer Pascal is vorige week weer veilig en wel geland op Belgische bodem. Hij had veel te vertellen. Hij liet hij via zijn iPhone de honderden foto’s uit Ghana zien aan moeder en mij.

Eentje van zijn logeerkamer, een korte video van hem in een overvolle dancing, zelfs een op safari, poserend met een bijtende struisvogel en tenslotte nog een close-up van de moedige man tussen de kwallen, pootje badend in de oceaan.

De ‘prinses’ waar hij mee zou trouwen was blijkbaar zijn type niet en dus heeft de grootvader ‘koning’ hem laten gaan. Het klikte gewoon niet tussen de twee, er waren geen vonken, geen chemie zoals men dat beschaafd zegt. En dus vertrok mijn broer na drie weken weer met de noorderzon. Nooit zullen ze daar de vriendelijke witte ingenieur vergeten. Pascals  dochter Noortje is hem aan het Zaventemse vliegveld komen ophalen. Volgende week trouwt zij wél, met een stoere leuke vent.

Onthaasting

Vorige zondag in zijn Brusselse appartement vertelde Pascal dus uitgebreid over zijn soms wat hachelijke avonturen in dat prachtige maar gevaarlijke land. Hij heeft enorm genoten van de rust en de stilte daar, ja de stad was een anderhalf uurtje rijden met de jeep. De wegen zijn daar nog zanderig en dus soms modderig door de regenval. Pascal deed er aan onthaasting, hij ervoer het tragere levensritme daar als een oase van rust waar hij elke dag zijn AI-kennis kon perfectioneren.

Na een lekker varkensgebraad à la Flamande dat ons moeke voor hem had klaargemaakt, haalde Pascal enkele souvenirs uit zijn reiskoffer. Zijn dochter kreeg mooie oorringen, moeder een keukenhanddoek en ik…?

Kennismaken

Ik nam gisternamiddag de lift van het grote saaie muisgrijze flatgebouw waar ik al een halve eeuw vertoef. De piepende, versleten kooi stopte op de 6de etage, een Afrikaans meisje stapte binnen. Het was de eerste keer dat ik haar hier zag. Zij droeg een grote zonnebril, lange lederen handschoenen, een minirokje en pikante panty’s. Ik bedacht: zij krijgt wellicht veel mannelijke aandacht, zelfs ik was geïntrigeerd en wilde ook even kennismaken.

Ik begon het gesprek in het Engels:

– Good evening, nice glasses.

– Thanks, where are you going Don Juan?

– To nowhere, just a walk in the sun.

– In the sun, do you want to become black?

– Why not? It’s a beautiful colour.

– Do you need a black girl tonight?

– No no no lady, I’ am a buddhist.

Geen idee

Snel wuifde ik haar buiten, ontgoocheld stapte de jongedame uit en smeet de liftdeur met een knal dicht. Toen ik even later op mijn balkon genoot van de zonsondergang, vroeg ik mij af waarom deze African queen zo snel avances maakte. Was zij een prostituee?  Ach, geen idee. Tot ik voor het slapengaan mijn tanden wilde poetsen.

In het spiegeltje aan de wand zag ik het en begreep het meteen: ik had vandaag mijn kleurrijke Camisa Africana aan, dat had mijn broer Pascal voor mij als souvenir gekocht op een druk Ghanees marktplein. En nu komt de aap uit de mouw: het ‘liftmeisje’ had opgemerkt dat ik sympathie heb voor the black community. Inderdaad, ik vecht al sinds mijn geboorte tegen rassenongelijkheid. Ik lag immers in de couveuse naast een sweet black angel die enkele dagen later overleed.

En ik denk aan de song van het Colombiaanse ‘Juanes’:

Tengo la camisa negra
Hoy mi amor esta de luto.

Reacties