Soulbeest

Claude Aendenboom 15 aug 2025

Jawel, mijn broer Pascal is drie weken geleden vertrokken naar Ghana, om zich te verloven met zijn Ghanese ‘prinses’ die in een dorpje woont, samen met haar grootvader, de ‘koning’.

De plannen zijn intussen blijkbaar veranderd, hij is deze namiddag met een ander Afrikaans meisje op Safari gegaan. Het was er niet te heet en een zacht briesje waaide door hun jeep. Klinkt romantisch, niet?

En wij mogen hier op zijn twee hondjes passen. Prince, een bejaarde witte Maltezer vond onderdak bij mijn nichtje, moeder en ik kregen een keizer mee:  Xerxes, een bruinwitte Chihuahua, onlangs twee jaar geworden.

En ja, het klikte meteen tussen ons. Het beestje eet op vaste uren gretig zijn brokjes op en we wandelen dagelijks drie keer in het buurtpark door weer en stormwind.

Schrik en paniek

Maar wat mij mettertijd opviel waren zijn schrikreacties bij het zien van andere honden, groot of klein. Ook raakt hij zichtbaar in paniek als we langs een vuilniscontainer gaan. Zelfs de minste toenadering van kinderen, als ze zijn mooie glanzende vacht willen aaien, boezemt hem angst in. Dan springt hij jankend als een baby weg, zich verstoppend achter zijn baasje. Niet echt stoer voor een gevaarlijke keizer hè. En duivelsbang voor de opvliegende duiven? Ja dus.

Als neuropsycholoog stel ik mij daar vragen bij. Heeft deze kleine wolf ooit een of ander trauma opgelopen? Werd hij mishandeld? Was hij al jong een straathond? Of hebben ze hem halfdood gevonden tussen het vuilnis? Vlug zoek ik naar zijn ‘papieren’ die Pascal vlak voor zijn vertrek meegaf. En daarin lees ik dat Xerxes bij zijn geboorte ‘bizar’ gedrag vertoonde. De dierenarts schreef destijds in zijn medisch dossier: „De puppy is veel te zwak, is te mager en trekt scheve bekken.” En dan lees ik plots tot mijn grote verbazing het laatste zinnetje. En ik bedenk: lees ik dat goed? k zet voor alle zekerheid mijn leesbril op en zie ik de notitie nu klaar en duidelijk: „Comateuze toestand!” En ineens is de psychische puzzel gelegd.

Wantrouwen

En als ik aan mijn kinderjaren denk, kom ik tot de conclusie dat ik veel trekjes van Xerxes had. Ik had als kleuter ook een groot wantrouwen naar klasgenoten en leraren toe. En mijn hart ging wild tekeer als honden en katten naar mij toe renden. Door mijn mentale coma, dertig jaar geleden, lag ik ook maandenlang gekluisterd aan een ziekbed.

Als Xerxes z’n wijze oogjes op mij richt, besef ik: ‘We zijn zielsgenoten, hij is mijn soulbeest.’

Reacties