‘Het leven is vurrukkulluk’

Han Maas 11 aug 2025

Aan het hek van het park hangt een foto uit 1925, een zaterdag in juli. Vader, moeder, een kinderwagen en een peuter met een ijsje. Strakke gezichten, geen lachje te bekennen. Oude foto’s ogen zelden vrolijk. Op de achtergrond vrouwen in lange jurken en mannen met hoeden op.

Honderd jaar later. Meisjes in bikini, vrouwen in lange gewaden met hoofddoeken om. Een jogger wiens outfit meer stijl heeft dan zijn hardlopen, heeft een rondje gelopen en denkt dat hij goed bezig is. Aan de rand van het park staan barbecues te roken en speelt een jongen gitaar met een joint in zijn mondhoek. Een verliefd setje maakt een selfie. Niet om aan het hek te hangen, maar om zichzelf te vereeuwigen op de sociale media, want beelden gaan daar minder snel verloren dan de relatie.

Ze doen me denken aan Mees en Panda, personen uit de verrukkelijke roman Het leven is vurrukkulluk van Remco Campert, die het ook nodig vond om dood te gaan, zoals zoveel iconen uit zijn tijdloze tijd. Een roman die zich grotendeels in een park afspeelt, en laat zien dat het leven helemaal niet zo heerlijk is. Maar als je het niet beleeft, ben je dood en daar is ook geen gein aan.

Ik druk de stopwatch in van mijn ooit moderne horloge, dat slechts tussen- en eindtijden registreert, die ik in AI-vrije lijsten noteerde en later in computers die ook uit de tijd raakten. Als tijden alleen maar oplopen, moet je die niet meer opschrijven, alleen maar laten gaan. En als je zelf niet meer weet welke stappen je zet, wat is de zin er dan van om te tellen, behalve je zegeningen?
Kinderen zien er anders uit, bolletjes ijs zitten nog steeds in hoorntjes waar begeerd om wordt gezeurd. Eenden worden gevoerd, kinderen blijven kinderen.

Genoeg bewogen. Ik blijf dorst houden en loop naar de supermarkt tegenover het park. Langs de villa met een groot grasveld – groter dan dat van het park – waar nooit iemand te zien is. Wel twee peperdure auto’s. Zwart. De CEO van de grote supermarkt woont daar, als hij thuis is tenminste.

Uit het koelschap pak ik een flesje plat water dat in een rond flesje zit. Knap om dat zo te verpakken. Achter in het schap ligt een pakje geld! Ach, laat maar zitten, een fles wasmiddel voor de witte was komt je zo duur te staan dat je erbij moet gaan zitten. In alle vrijheid loop ik voldaan naar huis en schenk het lege flesje aan een man die al een tas vol heeft en richting supermarkt loopt. Zal wel een ex-crimineel zijn, of een verslaafde. Ik prijs me rijk: ‘Het leven is vurrukkulluk.’

Reacties