‘App je als je thuis bent?’
Ze zeggen: vrijheid is een grondrecht.
Maar mijn vrijheid eindigt waar de straat begint.
Want elke lantaarnpaal is een waarschuwingsbord,
elke voetstap achter me een alarmsignaal.
Afgelopen week, vier krantenkoppen.
Vier levens beschadigd en nog meer harten er omheen gebroken.
Het nieuws brengt het alsof het incidenten zijn.
Maar wij weten: het is nooit een incident.
Het is een patroon. Een constante dreiging.
Ik neem altijd op als mijn vriendinnen bellen,
al is het maar zodat de stilte geen ruimte krijgt.
Ik deel mijn locatie met bijna iedereen die ik liefheb,
niet om te controleren,
maar om te overleven.
We zeggen: ‘app je als je thuis bent’,
alsof die zin een veiligheidsslot is,
een kleine barrière tegen een wereld die onze lichamen claimt.
Triest
Ik zet je af voor de deur en wacht tot je binnen bent.
Niet uit beleefdheid,
maar omdat dit land vrouwen niet beschermt.
Omdat wij elkaar moeten beschermen,
in plaats van dat de straat veilig is.
Triest, eigenlijk.
Triest dat zorgzaamheid geboren wordt uit angst.
En daarom fietsen we met één oortje in,
zodat we altijd kunnen horen of er iemand achter ons aankomt.
Daarom klemmen we sleutels tussen onze vingers,
alsof staal in onze vuist sterker is dan hun geweld.
Daarom kopen we pepperspray in Duitsland,
omdat het hier verboden is om jezelf te verdedigen.
Daarom verzinnen bedrijven sleutelhangers die zogenaamd veiligheid beloven,
alsof gadgets ons kunnen redden van een probleem dat dieper zit dan een batterij.
En ik weet hoe het voelt.
Het geluid van voetstappen achter je in het park.
De adem van een vreemde die je niet hebt uitgenodigd.
Zijn broek open, zijn schaamte zichtbaar, maar hij kijkt alsof ík degene ben die me moet schamen.
Alsof mijn lijf publiek bezit is.
En nog steeds vragen ze:
„Overdrijf je niet een beetje?
Is het echt zo erg?”
Ja.
Het is zo erg dat we onze vrijheid inleveren voor voorzorgsmaatregelen.
Dat onze telefoons levenslijnen zijn.
Dat we nachten herschrijven in veiligheidsprotocollen.
Geen enkele straat veilig
En toch zeggen ze:
„Niet alle mannen.”
Maar zolang er wél mannen zijn die achtervolgen,
die slaan,
die doden,
zolang er elke week nieuwe krantenkoppen staan,
is geen enkele straat veilig,
geen enkel lijf onschendbaar.
Ik wacht nog steeds op de dag
dat ‘app je als je thuis bent’ niet meer nodig is.
Dat bellen onderweg gewoon bellen is,
en geen overlevingsstrategie.
Tot die dag?
Blijf ik opnemen.
Blijf ik wachten tot je binnen bent.
Blijf ik hopen dat de wereld ooit verandert.
Maar vanavond,
in dit land,
in deze straat,
is veiligheid voor vrouwen
nog steeds een illusie.