SIRE, bedankt hè – voor niks
Goedemorgen lieve vrienden, het is weer tijd voor een gezonde dosis sarcasme van deze pensionado. Wij laten ons niet in een hoek wegzetten, ach ja hoe heet dat ook alweer, een typisch voorbeeld van polarisatie.
Als ik naar buiten kijk: grijs weer, frisjes, en wat spatjes regen. Maar ach, dat is prima. Van de week wordt het weer zonnig, zeggen ze. En bovendien: ik heb net m’n ontbijtje achter de kiezen. Verse jus d’orange, cappuccino, croissants met aardbeien, en jawel — een perfect gekookt eitje. Goh, wat hebben wij het toch goed als jonge senioren. Of nee, wacht… volgens SIRE zijn we natuurlijk al half overleden.
Want hoe goed mijn ochtendritueel ook is, ik krijg die achterlijke reclame van Stichting SIRE maar niet uit m’n hoofd. U weet wel: dat spotje waarin een oudere man, compleet met sta-opstoel, door vier lijkdragers (!) naar een salsales wordt gesleept. Want volgens SIRE ben je “nooit te oud om te leven.” Wat een hartverwarmende gedachte — als het niet zo hemeltergend denigrerend was.
Ik bedoel: hoe verzín je het? Wie bij SIRE dacht: “We gaan ouderen positief neerzetten! Door ze in een lijkwagen te hijsen! Dat raakt mensen echt!”? Die persoon verdient geen lintje, maar een spoedcursus realiteitszin. Misschien zelfs een weekendje met z’n schoonouders in een vakantiepark zonder wifi — puur ter bezinning.
Er is de afgelopen jaren zóveel veranderd. De 50-plusser is allang niet meer de stoffige, kreunende karikatuur van vroeger. Wij rennen hard, beginnen bedrijven, reizen, zorgen voor (klein)kinderen én ouders. Sommigen van ons lopen marathons, anderen schrijven boeken of bouwen Tiny Houses. We zijn actief, sociaal, ambitieus. We zijn wijzer dan ooit, en ja: ook fitter dan ooit. En dan komt SIRE, met hun spotje, en gooit daar een flinke schep belegen meelij overheen. Alsof we het moeten verdienen om nog ‘mee te mogen doen’.
We worden in dat filmpje niet aangesproken als mensen, maar als wandelende clichés. Alsof de hele generatie 50-plus een en dezelfde knorrige opa is die je met veel kunst- en vliegwerk nog één keer moet laten lachen voor hij definitief het licht uitdoet.
En wat het écht kwalijk maakt: het heeft gevolgen. Sollicitaties. Beeldvorming. Zelfbeeld. Werkgevers die net dachten: “Zo’n ervaren kracht, daar kunnen we wat mee”, zien ineens zo’n droefspotje voorbij schuiven. En hup, daar gaan we weer: terug in het hokje ‘te oud, te traag, te veel risico’.
Dus nee, SIRE, bedankt voor de poging — maar ik pas. De volgende keer misschien wat minder lijkwagens en wat meer realisme. Want wij zijn niet oud. Wij leven. Zonder jullie goedkeuring. Met cappuccino. En croissants. En meer pit dan jullie voltallige creatieteam op een maandagochtend.