Bob – koffie verkeerd
We zoeken een plek op het strand. „Ho, ho, wat gaan we doen?”, zegt een gelooide ooit witte man bij de verhuur van de nog schaarse strandbedden. „Wij zijn een vaste ploeg hier, die bedden zijn voor ons.”
„U bent alleen”, zegt onze vriend Kenneth.
„Ja”, zegt de man, „maar ze komen er zo aan. Jullie soort denkt overal voorrang te krijgen. Zo werkt dat niet.”
„Kijkt u maar uit vandaag, met die felle zon, meneer. Straks wordt u net zo zwart als ik”, zegt Kenneth – we lopen door. Of eigenlijk weg. Van moeilijkheden.
Ik ben met die bloedhitte van code-oranje-temperatuur vandaag de Bob en drink uitsluitend 0.0. Of het bier is, valt te betwijfelen. Maar goed, je moet toch wat in een gezelschap dat het zo goed met elkaar oneens is dat ik denk dat we elkaar elk moment onderwater kunnen douwen, waar ik als Bob dan weer een flauwe woordgrap over maak. Maar dat krijg je met dat 0.0-bier.
Nuchter genomen kun je beter geen stelling nemen tegen al die meningen over Dilan en Bob. Dat wordt alleen maar doordouwen – ik blijf aan de gang met die woordgrappen; maar hatelijk kun je die nu ook weer niet noemen. Bovendien luisteren ze niet eens naar mij en dan kun je ook niet ruziemaken. Een ruzie die je even later met een kop oploskoffie weer bijlegt. Zo’n rare gedachtegang trouwens: als je een geschil met een kop koffie kunt oplossen, waarom begin je dan niet met koffiedrinken? Desnoods koffie verkeerd met die witte gelooide man bij de strandbedden.
Maar Kenneth vraagt zich iets anders af, of hij straks als ambulancechauffeur strafbaar is als hij een illegale asielzoeker vervoert op oudejaarsavond terwijl er weer (al dan niet illegaal) vuurwerk op hem wordt afgeschoten omdat er toch niet gehandhaafd wordt. En wie moet hij dan als eerste vervoeren, de blinde proleet of de van alles geamputeerde illegale asielzoeker?
Ik dacht dat er ergens in de wet staat dat je verplicht bent om mensen in nood te helpen. Nu is er een noodwet die dat in bepaalde gevallen juist verbiedt. Stel dat die wet door de Eerste Kamer wordt gedouwd, dan krijg je te maken met spanning tussen de wetgevende en de uitvoerende macht om te handhaven – Montesquieu draait zich om in zijn graf. En niet alleen de burgemeester van Amsterdam is slecht in handhaven. De burgemeester van Coevorden zwicht voor onrust na protesten van inwoners tegen de komst van veertien gevluchte meisjes. Koffiezetten heeft geen zin.
In het christelijke Hoevelaken zit een vrouw haar voeten af te koelen in een teiltje koud water en schraapt na pijnlijke beleidsstappen te hebben gezet het eelt van haar moeilijke voeten. Dat op haar ziel laat ze gewoon zitten.