‘Wegkijken tot de laatste rollator’
Weet je wat het mooie is aan jarenlang wegkijken? Je hoeft geen moeilijke keuzes te maken. Je houdt iedereen te vriend, vooral je kiezers. En tegen de tijd dat de bom barst, ben je zelf al lang met pensioen. Of in Brussel. Of adviseur bij een pensioenfonds.
En dus zitten wij nu met de gebakken peren. De AOW is aan het bezwijken onder het gewicht van zijn eigen succes: meer mensen leven langer, krijgen netjes hun AOW – gefeliciteerd! – maar het aantal werkenden dat dat feestje moet betalen? Krimpt. Fors. Van zeven werkenden per AOW’er naar drie. En straks? Misschien twee. Eén. Een stagiair met een nulurencontract die vier bejaarden moet financieren.
Had dat niemand kunnen zien aankomen? Nou, iedereen dus. Maar het was jarenlang makkelijker om te doen alsof we in een soort demografisch Disneyland leefden, waar iedereen jong bleef, niemand met pensioen ging en de AOW zichzelf betaalde via de regenboog.
Wat kreeg je in plaats van actie? Participatietafels. Visiedocumenten. Taskforces. Onzin in Drielagenbeleid. Rapporten met titels als Naar een duurzame oude dag, geschreven door mensen die met 59 met vervroegd pensioen gingen en nu in Toscane hun tweede huis witten.
Langer doorwerken
En nu? Nu mag jij het oplossen.
Niet door echte hervorming, natuurlijk – dat is nog steeds te eng.
Nee: langer doorwerken, minder AOW, meer eigen verantwoordelijkheid.
Ze noemen het een ‘maatschappelijke uitdaging’.
Wat ze bedoelen: „We hebben het verneukt, succes ermee.”
Moet je 67 zijn om te stoppen met werken? Ja. Maar alleen als je op een ministerie zat. Heb je je rug naar de klote gewerkt in de bouw, de zorg of de fabriek? Dan mag je gewoon eerder stoppen – in de kist.
En de politiek? Die doet weer waar ze goed in is: pleisters plakken op een scheur in de dijk.
En roepen dat het regent als het water tot aan je lippen staat.