Leven en laten leven
Wanneer is het precies begonnen, die groeiende polarisatie, dat wantrouwen in elkaar? Of is het nooit anders geweest, en hadden we vroeger gewoon minder platformen om het te delen met de massa? Maar tegenwoordig zie je het overal: in talkshows, op sociale media, op feestjes… Woorden als ‘woke’, ‘wappie’, ‘boomer’ of ‘klimaatgekkie’ worden zonder blikken of blozen geuit. Termen die, vaak zonder dat we het zelf doorhebben, vooral neerkomen op: “Jij hoort niet bij mij.”
En dat doet me verdriet. Niet omdat ik zou willen dat iedereen het altijd met elkaar eens is (hoe saai zou dat zijn?), maar omdat het lijkt alsof we vergeten zijn hoe je het oneens kunt zijn zonder dat je respect voor de ander verliest of je aangevallen voelt. Alsof we niet meer weten dat “interessant perspectief, ik denk daar anders over” ook een prima uitkomst van een gesprek kan zijn. “Laten we het er maar op houden dat we het oneens zijn” (Let’s agree to disagree) is niet de discussie ‘winnen’ of ‘verliezen’, het is een vorm van respect.
Ik denk dat we soms te veel proberen te winnen, in plaats van te begrijpen. Dat we bezig zijn met gelijk krijgen in plaats van luisteren. We zijn niet meer op zoek naar de beste uitkomst, maar naar een manier om de ander met een mond vol tanden te laten staan. En dan komt het woord ‘woke’ ineens voorbij, als scheldwoord, als afwijzing. Alsof je automatisch tegen de samenleving bent als je compassie toont. Of iemand wordt ‘gecanceld’, wat letterlijk betekent: ‘geannuleerd’, alsof iemand ineens niet meer mag bestaan! Maar je kunt het niet goed doen, want als je wél meedoet, ben je natuurlijk een ‘linkse wappie’.
Ik pleit niet voor meer politieke correctheid. Ik pleit ook niet voor minder. Ik pleit voor iets anders, iets ogenschijnlijk simpelers: vriendelijkheid. Een beetje meer begrip. Compassie voor wie het nodig heeft. En het besef dat je niet altijd hoeft te reageren, niet altijd hoeft te oordelen. Dat je soms ook gewoon kunt denken: die ander doet z’n best, net als ik.
Ik denk dat ons land er mooier van wordt als we teruggaan naar een soort sociaal basisprincipe: leven en laten leven. Elkaar wat ruimte gunnen om fouten te maken, om te groeien, om niet perfect te zijn. Dat je gewoon een discussie kunt voeren zonder dat het meteen als een gevecht voelt. Zonder de ander meteen in een hokje te stoppen, dat hokje op slot te doen en weg te lopen.
Misschien is dat naïef. Misschien zit de rest van de wereld wel helemaal niet te wachten op meer compassie. Maar ik geloof liever in een wereld waarin je kunt zeggen: “Ik ben het niet met je eens, maar ik respecteer je.” We moeten niet vergeten dat we allebei ook maar mensen zijn.