Een goede buur is beter dan een verre vriend: Rita en Arie (1)
Je moet maar zo denken: waar wordt gelachen komt geluk graag binnen!
Of het geluk in een opgevoerde versie ook op ‘mijn’ grachtje in Gouda binnenkwam, mag jij als lezer zelf beoordelen. Maar hoe dan ook: een goede buur is beter dan een verre vriend…
Nu durf ik best over mijzelf te zeggen dat ik een vrij gemakkelijke gozer in de omgang ben. Misschien weleens te gemakkelijk. Ik laat graag iedereen in zijn waarde, en problemen die er niet zijn ga ik ook niet maken.
Dat niet iedereen zo in het leven staat, lijkt me niet meer dan een understatement. Problemen met buren heb ik zelf – waar ik ook woonde – eigenlijk nog nooit gehad.
Rita en Arie 0-1 (1)
Ik woonde alweer heel wat jaren aan een gracht in het centrum van Gouda en heb veel buren zien gaan en zien komen. De buurt is in laatste jaren helemaal gerenoveerd en het is eigenlijk vooral heel rustig en vriendelijk geworden. Eigenlijk kun je rustig stellen dat het heden ten dage tot een keurige buurt is verworden. Dat is echt weleens heel anders geweest.
Van een kakbuurt is hier sowieso nooit sprake geweest, maar als er in die periode, zo’n vijftien jaar geleden, niet minstens 1x per week een ambulance, politie- of brandweerauto met alle benodigde toeters en bellen in de straat stond, begon ik me oprecht zorgen te maken. Echt waar… de mooiste en mafste films speelden zich recht voor me, beneden op straat af. Je hoefde vaak alleen maar effe je raam open te zetten.
Zo nam je maar voor kennisgeving aan dat er bijvoorbeeld iedere week bij de verderop gelegen – inmiddels verplaatste – bibliotheek de ruiten eruit lagen. Zo niet dan dacht je: wat is er met de schatjes aan de hand? Gaat het wel goed?
In die tijd stond Gouda bekend als een rauwe, harde stad met hoge criminaliteitscijfers. Ook vandaag de dag gebeurt er nog genoeg in de stad, maar eerlijk is eerlijk, ik voel me in mijn eigen straat en buurt nu toch stukken veiliger dan toen.
Zo speelde er zich in die dagen vaak een paar keer per week een uiterst vermakelijk kat- en muisspel af tussen een aantal buren die elkaar – en daardoor ook zichzelf! – als een stel hermelijnvlooien op een meer dan koddige wijze het leven zuur wisten te maken.
In een portiek naast mij woonde buurman Arie, met zijn bolderbaststem en dito rauwe verschijning. Zijn benedenbuurvrouw was Rita, zij was, mogen we wel zeggen, ook een nogal markant figuur. Buurvrouw stond in de straat bekend als een notoire cokesnuifster met een dermate viswijfstemgeluid dat ik haar in staat achtte om tijdens een vocabulaire uitbarsting – die ze nog wel eens had – binnen vijf minuten een bataljon F-35 straaljagers moeiteloos neer te kunnen halen. Of anders kon ze er toch wel minimaal een heel weeshuis mee uitroeien. Bijkomende factor was dus de buurman, die nou niet bepaald in een glaasje bier meer of minder spuugde, ware het niet dat buurman nogal eens over een kwade dronk beschikte en de cocktail-combi daarom nogal eens uiterst spectaculair vuurwerk opleverde.
1 – 0
Zomaar een voorbeeld van een van de vele ontsporingen:
Het begon – zoals meestal – met een simpele kip- of eidiscussie, die al snel ontspoorde en een omvang aannam van een flinke portie ongekende verbale zevenklappers. De amusementswaarde gaf ik meestal minimaal een 8+!
Het was ook die avond eigenlijk heel stilletjes begonnen, na één van de eerdere aanvaringen was er bij buurvrouw Rita een ruit gesneuveld, het was op een flinke rel uitgedraaid. Toen de buurvrouw later op de avond haar hond uitliet, voelde zij blijkbaar de behoefte om de vers gedraaide hondendrollen op te rapen en deze smakelijk en smeuïg in een papiertje te stoppen om deze bij thuiskomst uitvoerig en zorgvuldig over het zadel van buurman fiets uit te smeren. Het was een warme zomeravond en bijna iedereen had de ramen wagenwijd openstaan om effe lekker te luchten. Buurman, die een verwoed sportvisser was, besloot zo’n kleine tien minuten later om, gewapend met hengel, emmer en andere vissportattributen, al fietsend richting een visrijke plek net buiten het centrum te gaan. Hij hees zich nog redelijk monter en natuurlijk nietsvermoedend op zijn fiets en had echt geen idee welke nog verse, weke en drassige verrassing geduldig op hem en zijn pantalon lag te wachten. Hij zou er ongetwijfeld lekker maar onvrijwillig in wegzakken.
Geloof me. Toen hij dat ontdekte was gelijk de gehele buurt en niet alleen dat, maar de hele wijde omgeving op de hoogte! Voor hem stond de dader al meteen vast (hoe terecht!). De buurt schrok op en dacht massaal aan de vocabulaire van buurman te horen dat het einde van de menselijke beschaving was aangebroken! En dat scheelde ook niet veel! Buurman Arie liet het, zoals we van hem gewend waren, niet alleen bij woorden. Het was alleen afwachten tot welke daden hij zou overgaan.
Daar kwamen we al snel achter! Op zijn beurt pakte hij de fiets van buurvrouw Rita, die ook onder haar raam geparkeerd stond, en smeet deze, met de nodige luide verbale krachttermen, pardoes midden in de gracht.
Heftige plons, veel kringeltjes in het water, blub blub… weg fiets!
Die rekening was met alle daadkracht vereffend! 1-0 voor buurman Arie!
Hoe dit verder afloopt lezen jullie in het tweede deel van deze column, dat over enkele dagen verschijnt.