Regels
Gek op regels, behalve als ze voor onszelf gelden.
We houden van regels. We maken ze, bespreken ze, printen ze uit en hangen ze op. In het verkeer, op het werk, op school en zelfs op de camping. Regels brengen rust, duidelijkheid en veiligheid. Totdat ze onszelf raken.
Dan blijkt onze liefde voor regels ineens selectief. We vinden dat anderen zich aan de snelheid moeten houden, maar zelf maken we een uitzondering als we haast hebben. We willen stilte op zondag, tenzij wij net een feestje geven. En die ene regel op het werk? Die is natuurlijk niet bedoeld voor míj, want mijn situatie is net even anders.
Iedereen doet het
Het zit diep in ons. We begrijpen het nut van regels, maar voelen ons er soms net iets te bijzonder voor. We praten het goed. Ik ben geen last voor anderen. Ach, voor een keer. Iedereen doet het toch? En voor je het weet, worden regels vloeibaar. Niet afgeschaft, maar uitgehold. Voor de ander zijn ze verplicht, voor onszelf optioneel.
Maar regels verliezen hun kracht als ze alleen nog gelden voor de mensen die ze al naleven. Echte rechtvaardigheid begint bij ongemak. Ook als een regel jou beperkt, hou je je eraan. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat het eerlijk is.
Misschien is de grootste test van een samenleving niet hoeveel regels we maken, maar hoeveel we er accepteren als ze onszelf iets kosten. Daar begint beschaving niet bij controle, maar bij zelfbeheersing.