Haren geknipt

M. Lanen-de Vries 7 jun 2025

„Goh zeg, je lijkt wel 12!”, roept de buurman uit, als hij me met mijn nieuwe coupe spot, buiten op straat. Het waait flink en zijn stem slaat nagenoeg de struiken in.

„Haha, dank je”, zeg ik, want het klinkt als een compliment. „Het is iets korter geworden dan ik in gedachte had, maar dat was ook omdat het niet metéén recht was”, zeg ik nog.

„Zat je niet stil?”, vraagt hij beschuldigend.

„Nee, ik zat in de wind. Het woei nogal en nou ja, daar blijft haar niet recht van naar beneden hangen”, giechel ik. Het is waar. Ik was op een verjaardag en één van de gasten knipte mijn haren.

Die verzocht wel: „Zullen we dat even buiten doen?” En ja hoor, geen probleem. Ik zat klaar met de schaar. Ze vroeg me waar ze knippen moest. Ik duidde vagelijk een gebied onder m’n kin aan (ik had geen spiegel bij de hand) en tadaa: zij ging d’r gang.

Toen ik een paar minuten later weer binnen had gezeten, had m’n man opgemerkt: „Ze heeft een stukje overgeslagen, hier hangt nog wat.” Waarop ik zei: „Oh. Nou, dat moet ik nog even vragen dan.”

Scheer je weg

Ik schoot haar nogmaals aan en ze grinnikte: „Ja, ik zie ook wat minder goed.” Mijn eega reageerde met: „Zal ik het even doen dan? Ik zie wél goed.” Zij zei daarop: „Nee, scheer je weg jij” en duwde ‘m bruusk aan de kant.

Mijn buurman lachte toen hij over het relaas hoorde. Zeker toen ik meldde: „Ja, ze ziet eigenlijk nog maar 30 procent ofzo, ze heeft wat aan d’r ogen” Op dat moment woei een nieuwe windvlaag m’n coupe finaal omhoog en demonstreerde wat ik al tegen m’n buur had willen zeggen: „Het waait zó hard, je ziet het toch niet als het toch nog scheef zit!”

„En sowieso, het groeit vanzelf weer aan”, vulde hij aan. Gierend scheidden onze wegen, maar het compliment „het staat je goed” woei me nog om de oren.

Heerlijk.

Reacties