Adieu Amsterdam
„Wáárheen?”, vraagt m’n beste vriendin verbaasd. „Lochem’, zeg ik. Stilte. „Waar ligt dat?” „Gelderland, de Achterhoek.” We zitten samen aan de thee in een van onze favoriete lunchtentjes. „Oh, dat is ver weg.”
Ze zegt het alsof ik op het punt sta te emigreren naar Spanje. Maar ik snap dat het even schakelen is nadat ik na op de kop af dertig jaar het door mij zo geliefde Amsterdam ga verlaten. Op zoek naar meer rust, wonen zonder bovenburen en een bos op loopafstand.
Amsterdam was begin jaren ’90 niet m’n eerste keuze toen ik voor m’n studie een voorkeur moest doorgeven. Omdat mijn toenmalige vriendje er woonde, leek het me juist verstandig een andere stad te kiezen: Utrecht. Het lot besloot anders: ik werd uitgeloot in Utrecht en ingeloot in Amsterdam. Maar het duurde niet lang voordat ik mijn hart verloor aan de stad. De RoXY, de iT, het Drum Rhythm-festival, Paradiso, Dansen bij Jansen, de Melkweg, als muziek-en dansliefhebber kwam ik hier wel aan m’n trekken. Ik had er diverse bijbaantjes: voor een hostessbureau deelde ik drankjes uit op een rondvaartboot of stond ik als pitspoes in een Marlboro-racepak op het circuit van Zandvoort naast de auto van Jos Verstappen.
Fietsen over de grachten
Als koerier croste ik in een bestelbus, toen nog zónder Tom Tom of Google Maps, de hele stad door en leerde zo eindelijk hoe je van het Leidseplein naar het Rembrandtplein kwam. Ik raakte steeds meer in de ban van Amsterdam. Fietsen over de grachten, op het terras mensen kijken, het Vondelpark, de Friday Night Skate, Tuschinski… Wat was er niet leuk aan deze bruisende stad?
Ik verhuisde vijf keer in vijf jaar tijd (want ja, onderhuur) van de Pijp naar de Rivierenbuurt, naar een grimmige flat in Sloten en via West en Oud-Zuid uiteindelijk naar Oost, waar ik met behulp van mijn ouders mijn eerste huis kocht. Een gelukzalig gevoel. Een ijskoude winternacht bracht Poes op mijn pad: voor mijn huis mauwde de allerliefste cyperse zwerfkat die ik onderdak bood en zeventien jaar m’n trouwe metgezel zou blijven bij al deze avonturen.
Eindeloos ouwehoeren
De liefde van toen ging, maar de liefde voor Amsterdam bleef. En groeide. Het werd nog leuker toen ik mijn knappe bovenbuurman ontmoette en weer verliefd werd. Dat is nu achttien jaar geleden. Nog steeds genoot ik van het fietsen door de stad, met vriendinnen eindeloos ouwehoeren bij een van de vele cafeetjes, bij schemering binnen gluren bij de buren, het theater en bioscoop op loopafstand en al die leuke restaurantjes.
Maar toch is het nu mooi geweest en neem ik ook afscheid van nachtelijke herrie in de binnentuin, vuurwerk, helikopters, heipalen, opgefokte scooterrijders en kamikaze e-bikers. Tijd voor een nieuw avontuur.